1. Van Asselt hanteert de stelling dat de hoofdstroom van het Calvinisme scholastiek is geweest. Hierin wordt hij internationaal tegengesproken, met als hoofdargument dat prediking en pastoraat praktisch altijd meer de lijn van Bullinger (ea) volgde, dan van de scholastici.
2. Dat de DL tot stand is gekomen "op basis van scholastieke tegenargumentaties", zie ik niet zo staan in dat artikel.
3. Áls de DL tot stand zou zijn gekomen "op basis van scholastieke tegenargumentaties", dan is het opvallend dat zij pastoraal en Bijbels spreekt, en niet scholastiek. Ze is heel terughoudend in haar spreken, terwijl scholastici je precies alle details van uitverkiezing en verwerping konden voorrederen.
Ook de hele nadere reformatie is vanuit de scholastiek onderbouwd. Met Voetius als de theologenkweker als bewijs....
Klopt. Alleen de NR hield de scholastiek praktisch geheel voor op de universiteit, niet voor in de gemeente. In de gemeente sprak met pastoraal en Bijbels, zonder alle Aristoteliaanse onderscheidingen. Slechts enkelingen doorbraken die lijn, zoals Comrie.
GJdeBruijn schreef:memento schreef:Opvallend is, dat mannen als Calvijn en Luther, de scholastiek verworpen. Een heiden (Aristotelus) kan ons geen kennis over God geven, zo stelden ze.
Nee, dat is niet juist. Ze verwierpen de scholastiek als instrument niet, maar de
basis-aannamen die daarin gehanteerd werden door de Griekse filosofen en de roomse theologen! Feit is dat Zanchius een tijdgenoot van Calvijn was en veel respect genoot van de Geneefse reformator. Zanchius was toch echt een uitgesproken scholasticus.
Ze verwierpen, dat scholastiek denken tot nieuwe kennis van God kon brengen. De gereformeerde scholastieken onderschreven dat ook, maar je ziet dat hoe langer hoe meer die stelling in praktijk losgelaten wordt. Bij mannen als Voetius en Comrie levert de rede, los van de Schrift, toch wel nieuwe "waarheden" aangaande de zaken Gods op. Dr. Steenblok, die sterk op Comrie voortborduurde, was zo eerlijk om dit gewoon toe te geven: De rede als kenbron van goddelijke zaken.
Maargoed, ondanks je visie op de scholastiek, blijft de vraag: Kan je het dr. Steenblok kwalijk nemen, dat hij de lijn van Comrie (die in zijn kerkgenootschap dé toonaangevende theoloog was) consequent voortzette? Want Steenbloks conclusies waren m.i. niet meer dan een logisch gevolg van de theologie van Comrie (en in zekere zin van 1931).