Gelezen (geloofsopbouwend)

Mensmens
Berichten: 10
Lid geworden op: 17 feb 2026, 10:47

Re: Gelezen (geloofsopbouwend)

Bericht door Mensmens »

Indien God behagen had in de dood van de boze, zouden u en ik niet bestaan. Ananias en Safira vertelden één leugen en God doodde hen. En u en ik zijn er nog. Hoeveel zegeningen heeft God u gegeven? Hoeveel roepstemmen, hoeveel uitnodigingen? Sommigen van u werden geboren, velen van u, in een liefdevol huis. Velen van u hadden godvrezende ouders, die voor u baden, van u hielden, alles gaven wat u nodig had. En wat
heeft u teruggegeven aan God. U heeft Hem nooit gezien met uw hele hart. U heeft Zijn wet gebroken. U hebt Hem bedroefd. U hoorde Zijn Evangelie duizend keer, dat Hij zondaars ontvangt en u weigert tot Hem te komen. En nog leeft u! Is dat geen bewijs genoeg, dat Hij geen lust heeft in uw dood? Vanavond is God nog goed voor u. Vanavond nodigt Hij u nog uit. Vanavond is Zijn beker van toorn niet gevuld tegen u. Vanavond zegt Hij tot u: “Ik heb geen behagen in uw dood.” Nu, de duivel is natuurlijk een groot bijbelkenner. En hij komt tot u. Ik weet wat hij tegen u zegt, ik heb het ook meegemaakt. Hij probeert u te verwarren, in een theologische speculatie te vangen op dit punt. Hij zegt: “Die tekst zegt: ‘God heeft geen behagen in uw dood,’ maar dat kan niet ernstig zijn. Want God verwerpt de goddelozen. En Hij heeft behagen in de bevrediging van Zijn recht, nietwaar?”
Bovendien, ik ben niet in staat om te antwoorden
op Zijn roepstemmen en waarschuwingen. Dus
als ik niet verkoren ben, wat is dan het nut om Hem te zoeken? Wat is het nut van omkeren. Zeker, de weg van de Heere is niet recht. Stop daar, mijn vriend. Stop dadelijk! U gebruikt dezelfde duivelse logica die Israël hier gebruikt in dit hoofdstuk. En ik kom tot u in liefde vanavond en ik vraag u om te stoppen met het spelen van dat duivelse spel. En te stoppen om een spel te spelen met God. En de duidelijke, onbewolkte verklaring van God te horen: “Ik heb geen lust in de dood van de goddeloze.” God meent wat Hij zegt. En al uw theologische
speculatie moet weggeworpen worden. Johannes Calvijn zei het op deze manier. Hij zei: “Ik begrijp al deze dingen niet, maar de profeet spreekt hier niet over Zijn verborgen raad, maar roept ellendige mensen weg van wanhoop, opdat zij zouden mogen staan naar hoop op kwijtschelding en zich bekeren en de aangeboden redding zouden omhelzen.” Ziet u, u kijkt naar mensen die hun eigen baby aborteren. En u zegt: “Hoe kunnen ze hun eigen baby doden?” En God kijkt naar u en zegt: “Hoe kunt u uw eigen ziel doden, als Ik geen lust heb in uw dood?” Is dat niet het wonder van Gods welbehagen?

Dr. J.L. Beeke
Mensmens
Berichten: 10
Lid geworden op: 17 feb 2026, 10:47

Re: Gelezen (geloofsopbouwend)

Bericht door Mensmens »

Zeven verkeerde geesten.

Ten eerste: Het oude beminnen, omdat het oud is, en het nieuwe verwerpen, omdat het nieuw is.
Ten tweede: Anderen niet te kunnen dragen, in dingen die wij met het Woord Gods niet bewijzen kunnen.
Ten derde: De Geest aan banden leggen. Het Woord naar onze mening, gedachten en gevoel uitleggen, verstaan en toepassen.
Ten vierde: Ons maar bij enige weinigen bepalen en het Evangelie monopoliseren, dat is: er alleenhandel van maken.
Ten vijfde: Zeggen dat en dat en dat moet gij eerst doen, eer dat gij tot Christus komen kunt. Dat even zo ongerijmd is, als te zeggen: gij moet eerst schoon zijn, om gewassen te kunnen worden. Eerst gekleed worden, om gekleed te kunnen worden.
Ten zesde: Het Evangelie niet aan allen te verkondigen: schoon het alleen voor de uitverkorenen is. Maar dat weet de Heere, naar de raad Zijns willens, te voren bepaald wat geschieden zou. Maar wij zien dit doorgaans eerst achteraf. Men mag niet bij noch afdoen, maar moet de volle raad Gods verkondigen. Het verborgene is voor de Heere onze God; maar het geopenbaarde voor ons en onze kinderen.
Ten zevende: Wanneer er een driftige, voorbarige, eigenwillige en doordrijvende geest in ons is; die ons niet toelaat de zaken wel te overwegen, te wikken en te overleggen.

L.G.C. Ledeboer
Hoopvol
Berichten: 1607
Lid geworden op: 20 mar 2020, 07:36

Re: Gelezen (geloofsopbouwend)

Bericht door Hoopvol »

Een Steen is hard en weerbarstig, men kan daar niets indrukken maar men moet het met een scherpe en wel geslepen beitel daarin slaan. Het hart van een onherborene is ook hard en weerbarstig, ongenegen, onbekwaam om wat goeds te ontvangen tenzij dan dat de Heere door Zijne sterke hand dat daarin drijve. Dat is ook de reden waarom zulken hart vergeleken wordt bij een steenachtigen grond, daarin het zaad van Gods Woord geen vat kan krijgen, Matth. 13:5, 20. Ja het is altijd genegen de bewegingen des Geestes te wederstaan, Hand. 7:52. Het is wel waar dat de Heere in de bekering die tegenstand te boven komt en wegneemt maar van nature is het harte zo gesteld dat het niet anders kan als wederstaan. Hier komt nog bij dat deze hardigheid door het dikwijls herhalen van de zonde dagelijks meerder wordt gelijk de steen in de blaas door het gestadig toevloeien van slijm en het gedurig afzakken van zandig gruis aan bakt en een nieuwe korst krijgt en alzo van dag tot dag groter wordt. Menschen die met hare handen veel arbeid doen krijgen eelt en hardigheid in haar handen. Zondaars die van de zonde haar gewoonlijk werk maken krijgen geen minder eelt en hardigheid in haar harte. Het gansche huis Israëls is stijf van voorhoofde ende hart van harten zijn ze, zeide de Heere, Ezech. 3:7. Zacharia zegt dat ze haar harte maakten als een diamant, hst. 7:12.

Ds. Florentius Costerus
Iemand
Berichten: 154
Lid geworden op: 09 okt 2023, 17:56

Re: Gelezen (geloofsopbouwend)

Bericht door Iemand »

Want het Evangelie is aan ons verkondigd, zoals ook aan hen, maar het woord van de prediking heeft hun geen enkel nut gedaan, omdat het niet vermengd was met het geloof in diegenen die het hoorden, Hebr. 4:2.
Jean Mestrezat schreef: Het Evangelie werd dus verkondigd aan de vaderen in de woestijn, maar wat gebeurde er? Het woord van de prediking, of het woord dat zij hoorden, deed hun geen enkel nut, omdat het niet vermengd was met het geloof in diegenen die het hoorden. De Apostel spreekt, mijns inziens, over het woord als over een zaad wat in de aarde geworpen wordt, en wat geen vrucht draagt als het niet vermengd wordt met de aarde en daarin ingesloten door vochtigheid. Want het geloof is als de vochtigheid, die, als zij met het woord vermengd wordt, dat met onze zielen verenigt en het daar inlijft, opdat het daar vruchtdrage. Want zoals er zonder vochtigheid niets is wat het zaad neemt om dat met de aarde te verbinden, zo is er zonder geloof niets in ons wat het woord ontvangt en dat neemt om het op onze zielen toe te passen in heiligmaking, troost en hoop. Zo vormt dit woord in onze zielen door het geloof een wezen van Christelijke deugden en een afbeelding van God, een onvergankelijk wezen, zoals de heilige Petrus zegt dat wij wedergeboren zijn, niet door vergankelijk, maar onvergankelijk zaad, wat het woord is van de levende God en blijft tot in eeuwigheid, 1 Petr. 1:23. Als het woord van God zo in onze zielen ontvangen wordt en vermengd met het geloof, dan woont het rijkelijk in ons in alle wijsheid.

Bijvoorbeeld: het woord van God is een woord van vrede, van welwillendheid en van liefde. Als u dat gelooft en dat met geloof in uw ziel plaatst, ervan overtuigd zijnde dat God u liefgehad heeft in Zijn Zoon, u uw overtredingen vergeven heeft en u geen van Zijn goederen zal weigeren, dan zal deze overtuiging de welwillendheid, de vrede en de liefde van God zo inwortelen in uw ziel, dat u veranderd zult worden in hetzelfde beeld: u zult uw naasten vergeven, zoals u gelooft dat God u vergeven heeft, en u zult hen ondersteunen in hun moeite en gebrek, zoals u gelooft dat God u ondersteund heeft. Insgelijks: het woord van God roept u tot het geluk van het koninkrijk der hemelen. Als u gelooft dat de ware goederen daar voor u gereserveerd en bewaard zijn: de ware eer en het ware vermaak, is het dan niet waar, als dit woord op die manier ingelijfd is in uw hart, dat u zich dan niet zult bezighouden met de goederen van deze eeuw, als u oordeelt dat zij niets zijn in deze vergelijking, en dat hun zoetheid altijd vermengd is met bitterheid, en dat zij voorbijgaan en vergankelijk zijn? Naar de maat waarin u dit woord in uw ziel zult vermengen met het geloof, naar die maat zult u in uzelf de wereldse begeerlijkheden van gierigheid, van ambitie en van vleselijke wellusten voelen sterven. Insgelijks: als u met geloof de belofte ontvangt die God u doet: dat Hij u zal vergelden in het koninkrijk der hemelen, zelfs tot een beker koud water toe, die u in Zijn naam gegeven zult hebben, en dat Hij u alles zal laten oogsten wat u in aalmoezen gezaaid zult hebben, is het dan niet waar dat u er vermaak in zult hebben om goed te doen aan uw naaste, en dat u niets voor zekerder en beter bewaard houdt dan datgene wat u gegeven en verdeeld hebt in naastenliefde? In het kort: is het niet waar, als u het geloof vermengt met de belofte die God Zijn kinderen doet: dat Hij alle dingen voor hen ten goede zal wenden en met hen zal zijn in hun kwaden, dat dit geloof uw ziel zal vervullen met vrede en rust, en al uw zorgen en uw ergernissen zal neerslaan?

Het is dus het geloof wat Gods woord in ons laat werken, waarvan de Apostel ook zegt dat het geloof is werkende door liefde, Gal. 5:6. Hieruit leert u dat het geloof de werken voortbrengt. Want aangezien het Gods woord is wat ons aanzet tot alle goed werk, en aangezien het woord slechts in ons werkt door het geloof, daarom moeten de goede werken door het geloof voortgebracht worden. Daarom wordt er gezegd dat onze harten gezuiverd zijn door het geloof, Hand. 15:9. Ja, daarom wordt er gezegd dat Christus in onze harten woont door het geloof, Efe. 3:17, want Christus woont in ons door de kracht van Zijn woord, wat door het geloof onze gedachten gevangenneemt tot Zijn gehoorzaamheid, 2 Kor. 10:5, en in ons deze nieuwe mens vormt, die geschapen is naar God, in rechtvaardigheid en ware heiligheid, Efe. 4:24.

Welnu, hieruit blijkt dat de beroving van de zaligheid volledig de fout is van de mens, aangezien God het Evangelie aanbiedt aan de mens, en als het Evangelie hem geen nut doet, dan is dat omdat het in hem niet met het geloof vermengd is. En oordeel hier of de mond niet gesloten is voor elk tegenspreken, aangezien de mens weigert zijn God te geloven, en hij Zijn lieflijkste en beminnelijkste beloften verwerpt, namelijk die van het koninkrijk der hemelen.
Gebruikersavatar
J.C. Philpot
Berichten: 11087
Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08

Re: Gelezen (geloofsopbouwend)

Bericht door J.C. Philpot »

Daarom blijft er voor ons niet anders over dan dat wij ondanks onze verschrikkelijke nood en ondanks alles wat tegenstrijdig is, tóch geloven zonder geloof en Hem tóch aangrijpen!
We komen tot Hem zonder voeten en grijpen Hem aan zonder handen.
We geven ons aan Hem over zoals we zijn, en we veroordelen ons voor Hem vanwege onze ongelovigheid.
We bidden Hem om ons ongeloof te hulp te komen en houden het zo voor gewis en waarachtig dat Hij het kan, omdat Hij de Heiland is van arme zondaren. Het is geloof als men, dood in misdaden en zonden, bedekt met wonden en etterbuilen, verhard en verstokt en zonder God, zonder verstand, zonder een gebroken hart, als een opstandeling – tóch zijn toevlucht tot Jezus neemt. Waar zo’n geloof is, wil God dat men met de klomp van het eigen stinkend zondig niets-zijn, geheel misvormd en wanstaltig, in z’n bloed liggend, gruwelijk en afschuwelijk – tot Hem zal gaan Die al onze dwaasheid ziet.
Zo’n geloof dat zich niet langer door satans listen en tirannie laat bedriegen, zich niet van de genade laat terughouden, maar juist naar Hem toegaat vanwege de verschrikkelijke nood – zo’n geloof wil de Heere versterken door ons Zijn vlees te eten en Zijn bloed te drinken te geven.

Ds. H.F. Kohlbrugge

Bron: nieuwsbrief Vriend en metgezel
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.

George Whitefield
Iemand
Berichten: 154
Lid geworden op: 09 okt 2023, 17:56

Re: Gelezen (geloofsopbouwend)

Bericht door Iemand »

Ik zal dan altijd met U zijn: Gij hebt mij in Uw rechterhand genomen, Psalm 73:23.
Alexandre Morus schreef: Wat wil onze profeet zeggen? Hij had zojuist gezegd dat hij gelijk was aan een bruut beest. Wie zou ooit verwacht hebben dat hij uit dit begin deze conclusie zou trekken: ik zal dan altijd met God zijn? Zorgt God voor de ossen? Hebben de dieren het recht om in Zijn tabernakel te wonen? Moeten wij gebracht worden tot hun toestand, zoals Nebukadnezar, om medeburgers van de Engelen te zijn en huisgenoten van God? Ik was, zegt hij, een bruut beest, en ik zal dus altijd met U zijn. Dit is geen syllogisme van een filosoof, het is een orakel van een profeet. Volgens de regels van de discussie zouden wij zijn conclusie ontkennen, maar zij is vast en kan volgens de regels van Gods koninkrijk niet in twijfel getrokken worden. Alleen moeten wij iets toevoegen aan de gedachten van de profeet, wat hij niet uitdrukt. Hij laat zijn verhandeling incompleet en haast zich om zijn God te omhelzen. Hij wilde zeggen: ik was als een beest, maar ik ben dat niet meer. Ik ben tot mezelf gekomen en tot mijn goede verstand, door Uw genade, o mijn God. U hebt mij de ogen geopend in mijn verblinding, en U hebt mij onderhouden in mijn zwakheid, door een wonderlijk en zeer bijzonder werk van deze zelfde voorzienigheid die ik in mijn hart bestreed. Hieruit concludeer ik, en dat met zeer grote reden, dat ik altijd met U zal zijn…

Maar, o heilige profeet van God, waar denkt u aan? Is het van u afhankelijk om met God te zijn, en om altijd met God te zijn? Vreest u niet dat Hij u niet meer wil zien, u niet meer wil horen, geïrriteerd door de belediging die u Hem hebt aangedaan, door Zijn voorzienigheid in twijfel te trekken? Welke garantie hebt u dat Hij slechts gescheiden is van uw ziel, en dat Hij u niet verworpen heeft? Dit is een te snel terugkeren van zo’n grote afstand. Dit is teveel familiariteit, zo dunkt mij, na zulke vreemde beledigingen. Nee, zegt hij, ik weet wel met wie ik te doen heb. Ik weet dat Hij traag is tot toorn, en geneigd tot welwillendheid, en dat het Hem berouwt dat Hij verdrukt heeft, als men zich berouwt dat men tegen Hem overtreden heeft. Ik weet dat Hij de Zijnen soms voor een klein moment verlaat, maar Hij zal hen verzamelen in Zijn eeuwig medelijden. Er is niet meer dan een moment in Zijn toorn, maar er is een hele eeuwigheid in Zijn barmhartigheid. Ik was ver weg voor een moment: ik zal altijd met U zijn. En waarom? Omdat Hij mij genomen heeft bij de rechterhand, voegt de profeet toe. Ik liep op een glibberig spoor. Ik wankelde, geheel gereed om te vallen. Ik had niemand die me hielp. Op de rand van de afgrond is mijn God gekomen, om mij bij de hand te nemen, en Hij heeft gezegd: vrees niet, o worm van Jacob, want Ik heb u gekocht. Ik heb u bij uw naam genoemd, u behoort Mij toe. Ik houd u vast. U kunt niets anders doen dan vallen uit uzelf, maar met Mij zult u steeds weer opstaan, en Ik zal tot slot uw ziel op een vaste grondslag stellen. Hij heeft het gezegd, en Hij heeft het gedaan, en zie mij hier: alles is opgelost van dit vraagstuk, wat mij zoveel moeite en verbazing gaf. Nauwelijks was ik ingegaan in het heiligdom van God of ik kwam uit dit labyrint. Ik zal dan altijd met U zijn, mijn God!

Schijnt het u niet toe, als u hem deze woorden hoort spreken, dat u een kind ziet, wat de vader met de hand leidt op een moeilijk bergpad en in een gevaarlijke afdaling? Het kind kan niet meer. Het zucht, het schreeuwt, zijn voeten weigeren dienst: nu de ene, dan weer de andere. Hij wankelt, en zal een dodelijke val maken, maar dan grijpt de vader hem bij de hand, en versterkt hem. Hij ondersteunt hem, hij neemt hem in zijn schoot. En wat doet dan een kind? Het werpt zich aan de hals van zijn vader. Het omhelst hem, het klemt zich vast, het drukt zich tegen hem aan, en zegt met tranen tegen hem: ik zal altijd dicht bij u blijven, en heel mijn leven zal ik het niet meer aandurven om u te verlaten. Dat is min of meer de gedachte van de profeet, die niet zegt: Gij zult dan altijd met mij zijn, zoals hij had kunnen zeggen, en hij zal het zelfs ook zo zeggen straks, maar hij begint met een belofte, die, als u daarop let, een stilzwijgende belijdenis insluit: ik was afgedwaald. Ik had u verlaten, maar ik zal daar niet meer naar terugkeren, en voortaan zal ik altijd met U zijn. Ik beloof het U. Aangezien U mij de genade verleend hebt om mij uit deze afgrond te trekken, zal ik mij er wel voor wachten om daar nog eens in te vallen.
Plaats reactie