Ds. Harinck geeft heel terecht aan wat er mis is met de leer van het aanbod volgens de verdrietige overeenkomst.
Hij werkt ook duidelijk de punten 1 en 3 uit die ik eerder in dit kader (21 maart jl.) benoemde:
Valcke schreef: ↑21 mar 2026, 15:14
In de overeenkomst en toelichtingen zie ik wezenlijke verschillen met de leer van het aanbod zoals die oudtijds beleden is, en in het bijzonder in Schotland door de Marrow men is verdedigd:
1. Het Evangelie-aanbod of het aanbod genade houdt niet slechts in dat de genade en beloften gepredikt en verkondigd worden, maar ook dat de hoorders daadwerkelijk
genodigd worden. Kan ik nu ook deze nodiging ergens lezen?
2. Het aanbieden is ook een
geven en schenken. De Heere Jezus zegt in Johannes 6 tot een gemengde schare van gelovigen en ongelovigen: 'Mijn Vader
geeft u het ware Brood uit den hemel.' Dit geven en schenken houdt een machtiging in om Christus en de beloften in Hem te omhelzen en aan te nemen. In de overeenkomst wordt juist ontkend dat het aanbod een schenken is. Boston en de Marrow-men hebben dit schenken juist in al hun geschriften verdedigd.
3. Het Evangelie-aanbod is
onvoorwaardelijk. Het wordt aangeboden om niet, zonder geld en zonder prijs. In de overeenkomst en artikelen in het RD wordt het aanbod echter gekoppeld aan de voorwaardelijke beloften, waardoor het onvoorwaardelijke karakter van de aanbieding wordt weggenomen. Jazeker, om daadwerkelijk deel te krijgen aan de genade is het zaligmakend geloof noodzakelijk. Maar de genade wordt om niet aangeboden, de mens doet er niets aan toe en het geloof is slechts de hand die de aangeboden genade aanneemt. Al het voorwaardelijke is door Christus vervuld.
Punt 2 werkt hij niet uit, maar goed, niet alles kan in één artikel benoemd worden.
Op één punt ben ik het overigens niet met ds. Harinck eens, namelijk het door hem bepleite onderscheid tussen Evangeliebeloften en verbondsbeloften. Dit onderscheid leert de Schrift niet. De beloften van het Evangelie en van het verbond zijn in het wezen van de zaak dezelfde beloften en worden alle in Christus aangeboden. Alleen de relatie tot die beloften verschilt: degenen tot wie de beloften van het Evangelie / van het verbond in het aanbod komen, hebben een
recht van toegang tot deze beloften, de gelovigen hebben een
recht van bezit. Er is dus geen beperking van de beloften in het aanbod (alsof er beloften zijn die in het Evangelie niet aangeboden worden), maar er is wél een verschil in de
relatie die een mens tot de beloften heeft (afhankelijk van iemands genadestaat). Maar verder kan ik het van harte eens zijn met het artikel, al is het jammer dat hij op dit punt terugvalt in een onjuist onderscheid.