Er was bij deze gezegende vrouw een oefening van drie vermogens van haar wezen: haar geheugen — zij bewaarde al deze dingen; haar genegenheden — zij bewaarde ze in haar hart; haar verstand — zij overdacht ze. Zo werden geheugen, genegenheid en verstand alle geoefend omtrent de dingen die zij gehoord had.
Geliefden, gedenkt wat gij van uw Heere Jezus gehoord hebt en wat Hij voor u gedaan heeft; maakt uw hart tot de gouden kruik met manna, om de gedachtenis te bewaren aan het hemelse brood waarvan gij u in vroegere dagen gevoed hebt. Laat uw geheugen alles vergaderen wat gij van Christus gevoeld, gekend of geloofd hebt, en laat vervolgens uw teedere genegenheden Hem voor eeuwig vasthouden.
Hebt de Persoon van uw Heere lief! Brengt de albasten doos van uw hart tevoorschijn, al moet zij ook gebroken worden, en laat al de kostbare zalf van uw liefde uitstromen over Zijn doorboorde voeten. Laat ook uw verstand geoefend worden aangaande de Heere Jezus. Overdenk wat gij leest. Blijft niet aan de oppervlakte staan, maar duikt in de diepten. Weest niet als de zwaluw, die met haar vleugel slechts de beek raakt, maar als de vis, die doordringt tot de diepste golf.
Ds. C.H. Spurgeon
Gelezen (geloofsopbouwend)
- J.C. Philpot
- Berichten: 10839
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Theodorus van Thuynen schreef: Tegenwerping: God zegt niet tot allen die het Evangelie horen: uw zonden zijn u vergeven, als dit wel zo was dan zou het eerste begrip van het geloof zijn om te vertrouwen. Ik antwoord: dit is wel waar, en daarom is ook het eerste begrip van het geloof om te vertrouwen. God zegt tegen ieder mens die het Evangelie hoort: uw zonden zijn u vergeven, maar Hij voegt erbij: indien u gelooft, dat is: indien u deze genade in waarheid bekent, indien u oprecht vertrouwt dat Ik u zo liefgehad heb, en u als blijk daarvan bekeert om Mij daarvoor een ware dankbaarheid te betonen en Mij om deze barmhartigheid te verheerlijken. Als u dit doet, wees dan gerust dat uw zonden u nooit gedacht zullen worden omwille van Christus, maar dat u een erfgenaam zult zijn van de eeuwige heerlijkheid. Ontvang vrij de doop tot een teken en zegel daarvan, volgens wat wij lezen in Markus 16: die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden. Dit is de inhoud van het Evangelie.
- J.C. Philpot
- Berichten: 10839
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
De Schotse Baptisten waren het gewend om de voeten van de heiligen letterlijk te wassen. Ik durf te zeggen dat het sommige heiligen niet veel kwaad zou doen, maar toch was het nooit bedoeld om het voorbeeld van de Verlosser letterlijk na te volgen. Dit heeft een geestelijke betekenis en dit is wat Hij bedoelt. Als er een daad van vriendelijkheid of liefde gedaan kan worden voor de gemeenste en meest duistere kinderen van God, moeten we bereid zijn dat te doen.
We moeten dienaren zijn van Gods dienaren. We moeten ons voelen als Abigail toen ze tegen David zei: “Zie, uw dienares is als een slavin om de voeten van de dienaren van mijn heer te wassen” (1 Samuel 25:41). Abigail werd Davids vrouw, maar toch voelde ze zich niet eens waardig om de voeten van zijn dienaren te wassen. Dat moet onze geest zijn.
Ken je een broeder die nogal snel boos is? Hij wil dat iemand iets vriendelijks tegen hem zegt, en sommigen zeggen, “Ik praat niet met zulke mensen.” Doe het, doe het, mijn lieve broeder; ga en was zijn voeten! Ken je iemand die verdwaald is? Iemand zegt, “Ik wordt niet graag samen met hem gezien.” Mijn lieve vriend, je bent geestelijk, ga en breng hem terug met een zachtmoedige geest. Was zijn voeten!
Er is een andere broeder hoogmoedig, hij is erg trots. Iemand zegt, “Ik verneder mijzelf niet voor hem.” Mijn lieve broeder, ga naar hem toe en was zijn voeten! Als een kind van God bezoedeld is, en jij bent in staat hem daarop te wijzen en hem daarvan af te helpen, onderwerp je dan aan elke vernedering. Plaats jezelf eerder in elke positie dan dat een kind van God onderworpen wordt aan de zonde.
Ds. C.H. Spurgeon
We moeten dienaren zijn van Gods dienaren. We moeten ons voelen als Abigail toen ze tegen David zei: “Zie, uw dienares is als een slavin om de voeten van de dienaren van mijn heer te wassen” (1 Samuel 25:41). Abigail werd Davids vrouw, maar toch voelde ze zich niet eens waardig om de voeten van zijn dienaren te wassen. Dat moet onze geest zijn.
Ken je een broeder die nogal snel boos is? Hij wil dat iemand iets vriendelijks tegen hem zegt, en sommigen zeggen, “Ik praat niet met zulke mensen.” Doe het, doe het, mijn lieve broeder; ga en was zijn voeten! Ken je iemand die verdwaald is? Iemand zegt, “Ik wordt niet graag samen met hem gezien.” Mijn lieve vriend, je bent geestelijk, ga en breng hem terug met een zachtmoedige geest. Was zijn voeten!
Er is een andere broeder hoogmoedig, hij is erg trots. Iemand zegt, “Ik verneder mijzelf niet voor hem.” Mijn lieve broeder, ga naar hem toe en was zijn voeten! Als een kind van God bezoedeld is, en jij bent in staat hem daarop te wijzen en hem daarvan af te helpen, onderwerp je dan aan elke vernedering. Plaats jezelf eerder in elke positie dan dat een kind van God onderworpen wordt aan de zonde.
Ds. C.H. Spurgeon
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
- J.C. Philpot
- Berichten: 10839
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Dat God onbegrijpelijk is, betekent niet dat wij Hem niet kunnen kennen. Het betekent wel dat onze kennis van Hem beperkt en onvolledig is, en geen volledige of allesomvattende kennis kan zijn. De kennis die God van Zichzelf geeft door openbaring is echt en betrouwbaar. Wij kennen God voor zover Hij Zichzelf aan ons bekend wil maken.
Ds. R.C. Sproul (1939-2017)
Ds. R.C. Sproul (1939-2017)
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield