Als het gaat over Demas, maakt Paulus een duidelijk contrast tussen vers 8 en 10. De kroon der gerechtigheid is weggelegd voor wie de verschijning van de Heere hebben liefgekregen. Demas daarentegen heeft de tegenwoordige wereld liefgekregen. Hieruit kan je toch afleiden dat de kroon der gerechtigheid niet voor hem is weggelegd?rhadders schreef: ↑Vandaag, 16:52Ja, dat geldt ook voor Damas. Waar lees je dat hij niet meer in Christus zou zijn aanvaard? Je moet Gods belofte - nogmaals: Hij heeft Zijn Geest gegeven als onderpand van onze toekomstige verlossing - niet verwarren met onze gehoorzaamheid, ons geloof. Anders zou de rechtvaardigheid en de zaligheid uit onze werken zijn en dat is niet het geval.Owen schreef: ↑Vandaag, 15:56Je stelt dus heel massief 'dat we allemaal in Christus zijn aanvaard'. Geldt dit ook voor Demas, die de tegenwoordige wereld heeft liefgekregen (2 Tim. 4:10)? En begrijp ik goed dat je zelfs denkt dat dit voor gelovigen geldt die afvallig zijn geworden (Hebr. 6:4-8)? En als de Heere Jezus Christus tegen de kerk in Laodicea zegt dat Hij ze uit zal spuwen tenzij ze zich bekeren, dan is dit niet meer dan een woordenspel want Hij zal ze toch nooit loslaten? Ik kan nog wel even zo doorgaan.rhadders schreef: ↑Vandaag, 13:20Ik begrijp de zorg dat Romeinen 14 niet bedoeld is om alles maar weg te relativeren, dat doe ik ook niet - en dat doet ook Paulus niet.Owen schreef: ↑Vandaag, 12:19 Ik ben het hierin wel met @huisman eens. Je kan toch niet bij elk standpunt Romeinen 14 erbij halen? Dan begin je bij vrouw in ambt, vervolgens doe je dit bij homoseksualiteit maar waar eindig je dan? In mijn vorige gemeente was een homoseksuele man kerkelijk actief totdat hij een polyamoureuze relatie kreeg. Hij was van mening dat dit ook geaccepteerd moest worden in de kerk. Had de kerk in dat geval ook naar Romeinen 14 moeten grijpen, @rhadders? Of zijn er wat jou betreft nog grenzen als het over tolerantie gaat?
Je blijft ook telkens maar erop hameren dat we allemaal in Christus zijn aanvaard. Begrijp je dat mensen zoals @huisman (en ikzelf trouwens ook) het moeilijk vinden om dit zo massief te stellen? In een eerder bericht zei je vanuit de Bijbel alle belijdende leden van kerken als ware gelovigen te beschouwen. Ik reageerde daarop met de vraag hoe het dan kan dat veel belijdende leden afhaken. Dat zal ongetwijfeld ook in jouw gemeente gebeuren, dat mensen belijdenis doen en vervolgens de kerkgang laten versloffen en/of het geloof helemaal verliezen. Hoe rijm je dit met jouw eerdergenoemde uitgangspunt?
Maar de tekst heeft wel degelijk een bredere toepassing dan de genoemde thema's. In het eerste vers schrijft de apostel: 'Aanvaard dan wie zwak is in het geloof, maar niet om over meningsverschillen te strijden.' Paulus doet wel degelijk een beoordeling: 'zwak in het geloof'. Maar hij zegt ook: 'aanvaard' en 'niet over meningsverschillen strijden'. Die aanvaarding is ergens op gebaseerd: 'wij zijn van de Heere' (vs.8).
Dus ja, ik blijf er inderdaad 'op hameren' dat we allemaal in Christus zijn aanvaard. Het is, zoals we aan het begin van elke dienst weer belijden: God laat niet los het werk dat Zijn hand begonnen is te doen. Of, in de woorden van Paulus: we zijn verzegeld met de Heilige Geest, als onderpand (!!) op onze toekomstige verlossing (Efeze 1). Ook als er geen aandacht meer is voor de eredienst, de onderlinge gemeenschap, als men zondigt of men zelfs helemaal niet meer in/vanuit geloof leeft: God laat niet los. We zijn en blijven aanvaard. Natuurlijk is er dan de dringende aansporing om ernst te maken met het geloof. Natuurlijk heeft wat wij doen invloed op ons toekomstige loon en onze toekomstige positie. Maar wie eenmaal het eigendom van de Heer zijn geworden, kan niet meer uit Zijn hand geroofd worden. Dat is zowel een belofte als een bemoediging. Dat is waarom ik dit massief kan stellen: het staat los van ons, het is volkomen Gods werk. Het is een belofte die aan het fundament ligt van het Evangelie.
Kort door de bocht kan je stellen dat er een verschil is tussen 'staat' en 'gedrag'. Wij hebben nieuw leven ontvangen in Christus, als wij Christus hebben aanvaard. Vervolgens geldt de opdracht om daar ook naar te leven, of beter gezegd: 'Christus in u' te laten werken ('want Hij is het, Die zowel het willen als het werken in u doet').
Wat je leest is dat Demas 'de tegenwoordige wereld heeft lief gekregen'. Niets meer, niets minder. Zijn aandacht was niet meer gericht op de dingen die boven zijn, maar op aardse zaken. Hij is afgehaakt tot het spannend werd, dat is wat je leest. Dat hij van zijn geloof zou zijn afgevallen is nogal een aanname, één die je niet direct uit de tekst kunt halen.
Maar goed, stel al zou dit wél zo zijn. Je verwijst, terecht, naar Hebr.6, waar we lezen over degenen die eens verlicht zijn geweest met de Heilige Geest maar afvallig zijn geworden. Het is nog maar de vraag of het daar gaat over gelovigen of over mensen die in aanraking zijn gekomen met de Geest (vandaar het 'proeven'), maar ik ga voor nu uit van het eerste. Ook dan geldt dat er niet staat dat hun wedergeboorte, hun aanvaarding, op het spel zou staan. Maar dat zij niet hebben volhard tot het einde (wat de context is van dit gedeelte).
Hetzelfde geldt voor Laodicea. Het is een waarschuwing: 'Ieder die Ik liefheb, wijs Ik terecht en bestraf Ik. Wees dan ijverig en bekeer u.' Een oproep tot volharding: 'Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon'. Als je in die woorden wilt lezen dat iemands wedergeboorte op het spel zou staan, dan lees je er meer in dan er staat. Bovendien is dat juist strijdig met het hele begrip wedergeboorte. De kern daarvan is namelijk dat het een geboorte is: die kan nooit 'voorwaardelijk' zijn, die kan nooit ongedaan gemaakt worden.
Het verdere verhaal gaat dus niet over 'aanvaard zijn of niet', maar leven vanuit Christus. De Bijbel spreekt over het opgroeien van kinderen tot 'zonen Gods', tot volwassen gelovigen die in staat zijn zorg te dragen voor de erfenis. Dat is een belangrijke zaak! Maar dat is niet om de wedergeboorte c.q. aanvaarding 'te bewerkstelligen' of iets dergelijk, maar juist omdat je bent wedergeboren.
Neem hierbij 1 Joh. 2:15, waar staat dat wie de wereld liefheeft (dezelfde woorden als die in 1 Tim. 4 worden gebruikt) de liefde van de Vader niet heeft. Tot en met vers 19 wordt vervolgens duidelijk dat zulke mensen bij de wereld horen, die vergaat. Alleen Hij die de wil van de Vader doet blijft voor eeuwig.
Ik loop al een tijdje mee met dit forum. Maar dit soort geluiden heb ik niet eerder gehoord. Het is niet minder dan de veronderstelde wedergeboorte, maar dan tot in extremis doorgevoerd. Zelfs als mensen niets meer met de Heere Jezus Christus hebben zijn ze volgens jou nog behouden, omdat God niet loslaat wat Zijn hand begon. Maar als iemand niets heeft met de Heere Jezus Christus, dan wijst dat er toch op dat God nog niet heeft gewerkt in diena leven?
Er zijn twee wegen: een brede weg en een smalle weg. Volgens jou loopt iedereen in de kerk op de smalle weg, zelfs al komt diegene niet meer naar de kerk. Zie je niet hoe onhoudbaar deze positie is? Dit zijn precies redenen dat ik me niet meer thuis voel in de linkerflank van de CGK, terwijl ik eigenlijk een hele moderne jongen ben.
Oh, en wat betreft Hebreeen 6. Je beweert dat bij deze afvallige gelovigen hun wedergeboorte niet op het spel staat, maar alleen hun volharding. Hoe rijm je dit met de Bijbelse waarheid dat alleen wie volharden zal tot het einde zalig zal worden?