rhadders schreef: ↑Gisteren, 22:03
Middenrefo schreef: ↑Gisteren, 21:43
huisman schreef: ↑Gisteren, 21:29
Middenrefo schreef: ↑Gisteren, 20:55
Zoals jullie merken doe ik even niet meer mee aan deze discussie, die vooral een herhaling van zetten is.
Mij bereiken steeds meer signalen dat er vanuit verschillende classes een instructie naar de GS van Hoogeveen gaat met daarin het verzoek om duidelijk uit te spreken of het besluit over v&a het fundament van de kerk wel of niet raakt. Dat lijkt me nu precies wat nodig is om niet in kringetjes rond te blijven draaien.
Blijft een rare vraag om bij één thema te stellen of gaat de G.S. een lijstje opstellen met wat wel en wat niet het fundament van de kerk raakt.
Stel dat de G.S. bij meerderheid besluit dat het niet het fundament van de kerk raakt. Denk je dan dat degenen die van ganse harte achter het meerderheidsrapport staan zeggen: Oh dan mag het dus wel. Probleem blijft nog even groot.
Bij een thema dat een kerkscheuring veroorzaakt lijkt me dat een zeer relevante vraag.
Wat er gaat gebeuren als de GS uitspreekt dat het niet het fundament raakt weet ik niet. Ik ken nog niet precies de inhoud van de instructies, maar ik begrijp dat er o.a. wordt verwezen naar het rapport van de taakgroep samen kerk-zijn. En dat lijkt me ook logisch.
Klopt. En daarbij openbaart zich een probleem dat eigenlijk nog veel fundamenteler en verdrietiger is: dat sommigen het kerkverband zijn gaan zien als een vereniging, waar de principes van het Lichaam van Christus blijkbaar niet volledig voor gelden (waaronder wat geformuleerd is in Art.29 NGB).
De principes die we hanteren zijn namelijk de basis voor het verdere handelen. Kerkordelijk is er geen onderscheid tussen fundamenteel en niet-fundamenteel, maar geestelijk/bijbels gezien wel degelijk.
Ds. A. Vroegindeweij zag het in 1959 al goed:
"In de grond der zaak gaat het om een welbewuste afwijzing van de reformatorische belijdenis aangaande het goddelijk gezag der Heilige Schrift, zoals de artikelen II—• VII der N.G.B. dat belijden. Dat Schriftgeloof en enkele centrale dogmata, welke daarmede onmidellijk samenhangen, zijn in het geding.
Men wil dat ingeruild hebben tegen een soort heilsgeloof, omvattende het heil of het behoud, zoals men zich dat voostelt, en waarvan de Godsopenbaring alleen gezagvol gewagen zou om, wat de Schrift overigen over vele dingen zeggen mag, aan de mens, aan de omstandigheden en de tijden over te laten of toe te schrijven.
Ziedaar het eigenlijke dilemma, dat de stemming over de toelating van de vrouw beheerst. Daarom is het meest fundamentele stuk van het reformatorisch geloof, de belijdenis van het goddelijk gezag van de Heilige Schrift, in het geding."