memento schreef:Afgewezen schreef:memento schreef:Zou je de Bijbelteksten willen aangeven op basis waarvan je meent dat onder het nieuwe verbond niemand van de verbondskinderen verloren zal gaan?
(Ik vraag door met als doel je visie beter te begrijpen)
Ik noemde al Joh. 10, waarin gezegd wordt dat Christus' schapen niet verloren kunnen gaan.
Schapen van Christus = gemeente = gelovigen = zij die deelhebben aan het nieuwe verbond.
Joh. 17: "En dit is het
eeuwige leven, dat zij U
kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt."
Ook hier het 'kennen' van God, dat onlosmakelijk is verbonden met het eeuwige leven. En het kennen van God hoort bij het nieuwe verbond.
Dat kan ik volgen. Maar waarop baseer je dat de teksten die je noemt gaan over het verbond?
Omdat ze alle refereren aan de belofte van het nieuwe verbond, waarin gesproken wordt over het kennen van de Heere. Ik noemde reeds Jer. 31. Zie ook Jes. 54:13: "
Al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn, en de vrede uwer kinderen zal groot zijn."
memento schreef:En: Als deze teksten gaan over het verbond, waarop baseer je dat deze teksten gaan over ALLE verbondskinderen, en niet alleen de ware gelovigen? Want ook in het OT, onder het oude verbond, worden "Ik zal" uitspraken gedaan, die niet voor alle verbondskinderen vervuld geworden zijn.
Niet voor het oude Israël, nee. Dat was ook het probleem van Paulus, waar ik eerder op wees. God had met het oude Israël een verbondsrelatie, die schaduwachtig was en heenwees, ja, als het ware 'riep' om een nieuwe verbondsrelatie. Want de relatie met Israël liep stuk, moest ook stuk lopen, omdat het oude verbond niet 'voorzag' in wat nodig was. Als je stelt dat er ook in het nieuwe verbond weer afval is, doe je het nieuwe verbond ernstig tekort. Het nieuwe verbond is absoluut. Daarin ben je veilig!
Nog een lezenswaardig citaat uit een studie van A. Maljaars (die overigens mijn verbondsvisie niet deelt): "De profetie bevat de beloften van het Nieuwe Verbond. En Christus was de grote en centrale inhoud daarvan. In Hem zijn alle beloften, zovele als er zijn, ja en amen.
Wie dus onder Israël geloofde in deze beloften met zijn gehele hart, die had ten diepste reeds deel aan de werkelijkheid van het Nieuwe Verbond. Diens zonden waren vergeven, om Christus', de toekomende Messias' wil; om het grote Offer dat eenmaal gebracht zou worden. Die verkeerde in Gods gunst en gemeenschap. Die kende God, en die kende ook Christus." (De onderstreping is van mij.) Denk ook aan Abraham, die met verheuging verlangd had de dag van Christus te zien, en hij heeft hem gezien (Joh. 8:56).