ZWP schreef: ↑Gisteren, 08:16
Kun je het niet beter zo zeggen: de prediking is bedoeld om de gemeente op te bouwen in het geloof, niet om haar voortdurend in twee categorieën te verdelen.
Dan heb je beide aspecten toch? Het gaat om opbouwen in het geloof (dus dat heeft niet iedereen), en de oproep tot bekering klinkt, maar minder vanuit een vaste tweedeling van de hoorders.
Opbouwen in het geloof kan m.i. pas als er een fundament (lees: geloof) is. Juist om dat punt gaat het. Ik proef in de woorden van Ambtenaar dat hij er vanuit gaat dat iedere kerkganger een wedergeboren christen is. En dat lijkt me niet het juiste uitgangspunt. 'k Moet denken aan het eerste hoofdstuk 'Het hart van het christelijk geloof' van Ryle. Heel indringend stelt hij de vraag: bent u dood of bent u levend?
In de prediking mag je geen rust worden geschonken zolang je niet weet dat je levend bent.
Toch lijkt het mij van groot belang dat de NT-brieven vrijwel altijd de gemeente aan spreken als: heiligen, geliefden, broeders en als Gods gemeente.
De prediking moet niet moet beginnen met wantrouwen, maar met het aanspreken van de gemeente als Gods verbondsvolk!
Het klopt dat het geheel zo wordt aangesproken. Het volk Israël is ook Gods verbondsvolk, maar toch konden velen vanwege hun ongeloof niet ingaan.
Als in de prediking het uitgangspunt is dat iedereen een levend christen is, zal een hartelijke oproep tot geloof en bekering toch nooit kunnen functioneren? Feitelijk is er dan toch sprake van een verbondsautomatisme?
Verder nog: hoe duid je het dan als trouwe kerkgangers soms na jarenlange trouwe kerkgang pas tot bekering komen?
Overigens vind ik dat een prediking die overwegend appelerend van aard is, ook onwenselijk. De verkondiging is zeker ook bedoeld om het geloof te voeden.