Paulus legt in Galaten 4 niet uit hoe iemand van kind zoon wordt. Hij heeft het over mensen die al erfgenamen zijn, maar die vroeger onder toezicht stonden. Het punt van Paulus is niet: jullie moeten nog zonen worden, maar juist: jullie zijn zonen, dus leef niet meer alsof je onder voogden staat.rhadders schreef: ↑Gisteren, 21:53Ik zou je vraag graag willen beantwoorden, maar begrijp 'm niet zo goed. Ik pas niets toe, in de eerste verzen van Galaten 4 wordt een principe uitgelegd (het verschil tussen kind en zoon en de relevantie voor het erfgenaamschap). Dat principe geldt nog steeds: ook wij moeten opgroeien tot zonen.Arja schreef: ↑Gisteren, 14:21Ik raak hier de draad kwijt. Galaten 4 beschrijft toch een voorbijgegane fase vóór Christus, met het beeld van wet en niet Joodse voogdij. Als je Galaten in zijn eigen context leest, wat in de tekst zelf maakt dan dat je dit toepast op Jezus’ zoonschap bij de opstanding?rhadders schreef: ↑Gisteren, 07:32Beide. Hij is altijd de Zoon geweest, maar bij Zijn opstanding 'bewees' Hij de Zoon te zijn en werd Hij ook als zodanig erkend door de Vader.Arja schreef:Zie jij Jezus’ zoonschap als vooraf gegeven identiteit, of als iets dat pas bij de opstanding wordt toegekend?
Ja, in Hand. 13 zie je dat de koppeling wordt gemaakt met Zijn opwekking 'van tussen de doden uit'. Maar je leest het bijvoorbeeld ook in Romeinen 1:4, waar wordt gesproken over hoe Hij bewees de Zoon te zijn. Dat wil niet zeggen dat Hij voor de opstanding niet de Zoon was, Hij was immers die Persoon. Waar het om gaat is dit: "zo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles; Maar hij is onder voogden en verzorgers, tot den tijd van den vader te voren gesteld" (Gal.4:1,2).Klavart schreef:Handelingen 13:32 gaat toch niet over de opstanding? En wat doe je dan met onder andere deze teksten: Mattheüs 1:21-25 en 2:15? Hier wordt de Heere Jezus rond Zijn geboorte al Zoon genoemd. Denk ook aan Mattheüs 3:17 en 17:5.
Zoonschap gaat in de Bijbel om veel meer dan 'afstamming'. Het gaat vooral over volwassenheid en erfgenaamschap.
Met andere woorden:
je groeit niet tot zoon,
je groeit als zoon.
Als je met “opgroeien tot zonen” bedoelt: groeien in verantwoordelijkheid, dan snap ik dat. Maar als je bedoelt dat zoonschap zelf een ontwikkelstadium is, dan zie ik dat niet terug in Galaten 4.