Gelezen, gedacht, gehoord (overig)

Geytenbeekje
Berichten: 8656
Lid geworden op: 26 jun 2018, 21:37

Re: Gelezen, gedacht, gehoord (overig)

Bericht door Geytenbeekje »

-DIA- schreef: 26 aug 2025, 12:30
DDD schreef: 26 aug 2025, 11:40 Dat doe ik graag. Als u eerst kennisneemt van de twee genoemde artikelen van prof. Van Ruler, dan zullen wij daarover een zinnig gesprek voeren.
Dat gaan we niet doen. Dit forum is (of was) zoals (in ieder geval toenmaals) de regel was, te blijven bij de leer zoals die wordt geleerd in de (Oud) Gereformeerde Gemeenten (in Nederland) maar ook in o.a. de Chr. Geref. Kerken, de Hersteld Hervormde Kerk, enz. En dan bedoelen we immers de onveranderde leer zoals we die belijden in de Bijbel en op grond daarvan de Drie Formulieren van Enigheid. En aangezien ik weet dat u wel een loopje daarmee kunt nemen achten we ons niet gebonden hier op in te gaan.
Weet je wel wat van Ruler te zeggen heeft? Voordat je weer hard op de orgel gaat zonder dat dit nodig is...
DDD
Berichten: 34164
Lid geworden op: 11 jul 2012, 17:48

Re: Gelezen, gedacht, gehoord (overig)

Bericht door DDD »

Nee, DIA heeft geen idee. En die scribent uit DWS ook niet.
-DIA-
Berichten: 34219
Lid geworden op: 03 okt 2008, 00:10

Re: Gelezen, gedacht, gehoord (overig)

Bericht door -DIA- »

DDD schreef: 26 aug 2025, 23:11 Nee, DIA heeft geen idee. En die scribent uit DWS ook niet.
Nee, inderdaad, niet iedere scribent, eerst onderzoeken en dan beoordelen. Want één ding is zeker, u hebt die artikelen nog niet zo snel goed gelezen. Er komt daarin wel veel naar voren over het theologisch denken van prof. van Ruler.
© -DIA- 33.965 || ©Dianthus »since 03.10.2008«
Gebruikersavatar
Johann Gottfried Walther
Berichten: 5462
Lid geworden op: 05 feb 2008, 15:49

Re: Gelezen, gedacht, gehoord (overig)

Bericht door Johann Gottfried Walther »

Classicaal college: Oud-predikant Rotterdamse Maranathakerk schuldig aan veronachtzaming van het ambt
De voormalige predikant van de hervormde gemeente Maranathakerk in Rotterdam, dr. P.J. (Paul) Visser, heeft zich in drie zaken schuldig gemaakt aan „veronachtzaming van het ambt”, maar er is geen sprake geweest van „seksueel handelen”.

Zie RD
"Zie, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen, om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben, en vanwege alle harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben"
KDD
Berichten: 2327
Lid geworden op: 17 okt 2020, 21:40

Re: Gelezen, gedacht, gehoord (overig)

Bericht door KDD »

Gelezen:

De beste preek die ik ooit heb gehoord, werd in 2018 gehouden door pater James Richardson in Kalamazoo, Michigan. Het was de zondag nadat het nieuws over de neigingen van wijlen kardinaal Theodore McCarrick bekend was geworden. "Ik ben het liegen zat", begon pater Richardson. De volgende tien minuten herhaalde hij "Ik ben het zat", als een anafoor, waarbij elke keer een nieuw schandaal volgde.

https://www.wsj.com/opinion/the-latin-m ... h-c951273f

Volgens deze artikel is er heftig meningsverschil in de Roomse kerk of de mis in het latijns moet gebeuren of in hedendaagse taal.
Vrouwke
Berichten: 996
Lid geworden op: 19 apr 2024, 10:25

Re: Gelezen, gedacht, gehoord (overig)

Bericht door Vrouwke »

‭‭
-DIA-
Berichten: 34219
Lid geworden op: 03 okt 2008, 00:10

Re: Gelezen, gedacht, gehoord (overig)

Bericht door -DIA- »

Uit het eerste nummer van De Saambinder, 1e jaargang nr. 1, november 1919:
Liefdevolle vermaning
Daarom, broeders! benaarstigt U te meer, om uwe roeping en verkiezing vast te maken.
2 Petr. 1 : 10
Met deze ernstig liefdevolle vermaning openen we onze schriftbeschouwingen. Hoe is de opwekking tot het betrachten van onze heilige roeping van node, altijd weer, doch bijzonder in deze boze tijden. Naarmate toch de zonde zich driester in de wereld openbaart, wordt de weg der rechtvaardigen nauwer, en dreigt steeds meer gevaar van het rechte pad af te wijken. "Daarom benaarstigt U te meer uwe roeping en verkiezing vast te maken".
Zo dringt Petrus bij de broeders aan. En die vermaning heeft te meer kracht, omdat zij behoort tot de laatste woorden van de apostel.
De Heere Jezus heeft zijn dienstknecht geopenbaard, dat de aflegging zijns tabernakels haast zijn zal. En eer het nu tot die aflegging komt, wil Petrus de verstrooide gemeenten nogmaals wijzen op het noodzakelijke van: "het vastmaken van haar roeping en verkiezing" Met welk een lieflijke drang vermaant Petrus de gelovigen. Broeders zijn ze hem, omdat hij zich aan hen verbonden gevoelt met geestelijke banden vanwege de hemelse zegeningen hun met hem geschonken. Zij toch zijn even dierbaar geloof deelachtig geworden, ook hun in alles geschonken, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, zij ook zijn geroepen tot heerlijkheid en deugd: zij zijn der Goddelijke natuur deelachtig geworden; zij zijn ontvloden het verderf dat in de wereld is".
Alleen door de verheerlijking van die weldaden uit het verbond der genade, in onze harten kunnen wij die geestelijken band gevoelen, die de apostel spreken doet van 'broeders'. Laat ons zijn met één doop gedoopt; in één zelfde kerk geboren en opgevoed, één zelfde belijdenis belijden: dat al maakt ons geen 'broeders'. Helaas te veel wordt dat voorbij gezien in onze voorwerpelijke dagen, waarin we de klacht van Comrie wel herhalen moeten, „dat men veelal een praktijk leert, strijdig met de weg van het Evangelie". Het bevindelijk ervaren van Gods volk wordt op de achtergrond gedrongen; wat erger is voorgesteld als afdalen van de rechte weg, als mysticisme.
Evenwel Gods uitverkorenen mogen door wederbarende genade die hun der goddelijke natuur deelachtig maakt, verstaan hoe Petrus schrijven kon tot zijn 'broeders'. Zoete banden binden hen aan het lieve volk van God; banden die de natuurlijke liefde te boven gaan, omdat ze zijn van hemelse oorsprong, door de Heiligen Geest in hen gewerkt. Hieraan zult gij hen kennen, dat ze de broeders liefhebben; zó lief dat ze met Mozes kiezen, liever met het volk Gods kwalijk gehandeld te worden, dan de genietingen van Egypte te hebben. O, hoe moest die liefde meer geoefend, onder Gods volk. Wat is er, niettegenstaande de liefde in de harten uitgestort werd, veel liefdeloosheid ; veel bittere jaloezie; veel droeve verwijdering onder het volk, en botte veroordeling van elkaar en van elkaars arbeid en dat zondig kwaad bestraft Petrus in zijne benoeming der gelovigen, als 'broeders'.
Bij die broeders nu dringt de apostel aan: „Benaarstigt u te meer; Uwe roeping en verkiezing vast te maken".
De vermaning raakt hun roeping en verkiezing en behelst het vastmaken van die.
Ieder mens, die leeft onder de bediening van Gods getuigenis, wordt van 's Heeren wege, geroepen tot de zaligheid. Dat is het voorrecht van een Christenvolk boven de Heidenen. De Heidenen worden niet geroepen tot de tijd toe, dat ook hun het Woord Gods gepredikt wordt.
Acht toch die bevoorrechting niet klein. Met veel ernst en oprechtheid bidden u Gods knechten alsof God door hen bade: "Laat U met God verzoenen", ja de Heere betuigt U in Zijn Woord; "Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen. Maar daarin heb ik lust. dat de goddeloze zich bekere van zijnen weg en leve''.
Hoe hard toch is ons hart, dat de gedurige drup van zoveel Godsbemoeienissen het niet uithollen kan; dat het onder de getrouwste prediking, niet buigen, noch op de ernstigste roeping, wereld en zonde en eigengerechtigheid, verlaten wil. Ach, hoe vreselijk zal het zijn onder die roeping verloren te gaan! O, bedenkt Gods Woord zal Zijn een reuk des doods ten dode, zo het U niet wordt een reuk des levens ten leven.
En toch zal het gepredikte Woord ons ter Zaligheid zijn, dan moet bij die uitwendige roeping, de inwendige komen. Versta het wel. Dat maakt niet één hoorder der waarheid vrij. Ieder die het Woord hoort, wordt van God geroepen, en van het gehoorde Woord zal hij hebben rekenschap te geven voor Gods rechterstoel. Onze schuld is het, onze schuld alleen als we trots die roeping op de weg des verderf doorrennen. Maar zo het Woord ter zaligheid dienen moge, ligt het geenszins aan ons. Onze Vaderen beleden in de vijf artikelen tegen de Remonstranten: "Dat velen door het Evangelium geroepen zijnde, zich niet bekeren, noch in Christus geloven, maar in ongeloof vergaan, zulks geschiedt niet door gebrek of ongenoegzaamheid van de offerande Christus aan het kruis geofferd, maar door hun eigen schuld, daar zovelen als er waarachtig geloven, en door den dood Christus van de zonden en het verderf verlost en behouden worden, diezelve genieten deze weldaad alleen uit Gods genade, hun van eeuwigheid in Christus gegeven, welke genade Hij niemand verschuldigd is". En die genade wordt verheerlijkt in "de roeping Gods, die van boven is". Ze grijpt in het binnenste van onze ziel in. In die roeping opent God ons hart, als bij Lydia. Het Woord slaat in; het ontdekt ons onze ellendestaat. Klaar zien we dan de schuld, die ons voor God strafwaardig maakt. Toen de Heere Jezus de Samaritaanse vrouw riep, om levend water van Hem te begeren, legde Hij haar gehele levensloop bloot, in de bekendmaking van de een door hem genoemde zonde. Doch die vrouw gevoelde, dat Zijn alwetendheid haar geheel doordrong; niets was Hem verborgen; niet alleen haar hoererij doch geheel haar leven lag voor Hem bloot. Alles, alles wist Hij. Zo doelt de Heere degenen, die Hij innerlijk roept, zien, wat zij misdreven, haar gehele leven lang. Het is of de leraar, die het Woord predikt, al hun euveldaden weet. Hij zegt hun aan, hoe zij hun dagen doorbrengen in snode miskenning van Gods goedertierenheden, die tot bekering roepen, doch waartegen zij niets dan schuld met schuld vermeerderen. Telkens weer stelt de ontdekkende prediking schuld en zonden in het licht van Gods gerechtigheid. Het Woord wordt een hamer, die de steenrots des harten te morzelen slaat. De ziel wordt verslagen voor God, en roept in bange nood: "Wat moet ik doen, opdat ik zalig worde." En toch, dat scherpe woord is de zondaar lief. Hij gevoelt de Waarheid er van, en wil oprecht behandeld. Daarenboven, dat Woord ,,roept tot de gemeenschap van Zijn Zoon, Jezus Christus". Hij, de middelaar van het genadeverbond, wordt het roepend Woord de zondaar ontdekt, als de weg die tot het leven leidt. O, hoe ruim is zalig worden in Hem. Nooit, kunt u de zaligheid in Christus te ruim voorstellen. Voor de grootste der zondaren is bij Hem ontkoming. Door innerlijke roeping wordt Hij ons dierbaar, en schept onze ziel hoop in Hem, hoe radeloos het ons ook was. ,,Die Mijn Woord hoort en gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven". De geroepenen kregen door het geloof kennis van de Borg des Verbonds en naar de mate van hun wasdom, mogen zij Hem zich hun ziele toe-eigenen. Zij zijn de verordineerden Gods, want "die Hij tevoren verordineerd heeft, deze heeft Hij ook geroepen".
Verordinering en roeping behoren bij elkaar; de roeping is een uitvloeisel der eeuwige verkiezing en valt saam met de verkiezing in den tijd, waarmede de Heere de zijnen uit Satans klauwen trekt. Petrus spreekt dan ook van roeping en verkiezing beide.
God heeft van voor de grondlegging der wereld besloten wie van Adams nakomelingen zalig zal worden en wie niet. Hij is de Pottenbakker, die van de ene klomp leem maakt een vat ter ere; van de andere ter onere. Alleen Zijn soeverein welbehagen beschikte het zo. Niets, neen niets van de mens kwam tot diens voorverordinering ten eeuwigen leven in aanmerking. Het is "niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermende Gods". In de verworpene straft God eens de zonde naar Zijn rechtvaardig oordeel, de verkorene komt ter behoudenis, naar vrijmachtige liefde.
Ach, laat U die vaste predestinatie leer niet stoten. Ware er geen verkiezing, er was voor niet één-enig schepsel zaligheid. De verkiezing zegt ons, dat mensen als u en ik, van God vervallen door de zonde, zalig worden, omdat Gods liefde hen eeuwig mint. Nu is er een weg ter zaligheid, omdat God verkoor, geheel vrijmachtig, uit gevallenen Adams. O, wonder van ondoorgrondelijke liefde, hier in de tijd de 'broeders' geopenbaard. Want die verkiezing van eeuwigheid, is de grond van onze verkiezing in de tijd. Petrus spreekt van uw verkiezing, en doelt dan, daarop, dat God Zijn eeuwige liefde in het hart van Zijn volk verheerlijkte en in het uur van Zijn welbehagen. Dan gaat Hij in het huis van de sterk gewapende om die zijn vaten te ontroven.
Als een vuurbrand worden dan de van eeuwigheid gekenden uit het vuur gerukt, het zij als Timotheüs van kindse dagen af, als Saulus op de weg naar Damascus; als Manasse in de gevangenis; als de stokbewaarder van de rand van het verderf; als de moordenaar uit de poorten van de dood, of op welke wijze en onder welke omstandigheden dan ook; God roept hen met kracht: „Leef in uwen bloede leef".
Nooit, neen nooit hadden zij naar God gevraagd; nooit om hun zaligheid zich bekommert; in hun eigen weg waren zij ten verderve heen gesneld, doch hun verkiezing van God alleen redde hunne ziele van den dood. Ach, wie zal dit ooit doorgronden. Hoe zinkt Gods volk in die liefde weg! Hoe erkent het met aanbidding van Gods vrije liefde.
"Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen". En dit is naar het Woord des Heeren: "Verblijdt u veel meer daarover, dat Uw namen geschreven zijn in de hemelen".
Doch nu wil de heilige apostel van Zijn broeders, dat zij hun roeping en verkiezing vast maken. Maar zijn die dan niet vast? Kan dan Gods volk vervallen van de zaligheid? Waar is dan hun troost? Doch neen: "De genadegift en de roeping God zijn onberouwelijk" en het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, blijft vast. Beide roeping en verkiezing zijn vast. Maar hoe kan dan toch Petrus vermanen die vast te maken? Dat vastmaken heeft niet zozeer betrekking op de roeping en verkiezing aan de zijde Gods, als wel op de gelovigen zelf. Zij moeten er naar staan van hun roeping en verkiezing verzekerd te worden, wat 1 Johannes 3 vers 19 genoemd wordt "zijn hart te verzekeren voor God" en Romeinen 5 vers 2 "en komen tot de volle verzekerdheid des geloofs" "verzekerd zijnde, dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke in Christus Jezus is". Niet de verkiezing van eeuwigheid hadden de geroepenen vast te maken, maar wel de roeping en verkiezing met welke God hun trok uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht; hun roeping en verkiezing.
Zich daartoe te benaarstigen ligt in de aard van het nieuwe leven. Zomin een vluchteling naar de vrijstad rusten kon, vóór hij in de vrijstad door rechterlijke vrijverklaring en door de dood van de Hogepriester van de bloedwreker verlost was, zo min kan een ziel rust hebben buiten de verzekering, dat zij Gode is verzoend door de dood van de Hoogepriester, Christus Jezus. Ach wat doet het ongeloof menigmaal twijfelen aan het werk dat God in ons verheerlijkte. Of wel waarlijk Hij onze ziel riep en verhoor. Hoe menigeen van de geroepenen Gods is in grote bekommering vanwege de aanvechting, dat al wat in hem is slechts is uit kracht van opvoeding; dat de ware levendmakende bediening des geestes in hem niet is.
Hoe donker kan het zijn de gemeenschap aan Christus; hoe kan hij vrezen als hij zich plaatst voor de dood, nog alles te zullen missen, wat tot de zaligheid van node is. En zou dan één van Gods volk bij zoveel strijd kunnen stil zitten? Trekt dan enerzijds niet de liefde Gods hem, en dringt niet anderzijds de nood, tot het vastmaken zijner roeping en verkiezing? De aard van het leven doet ons staan naar groei en wasdom. O, benaarstigt u. Laat steeds meer uw ziel heilig jaloers zijn op de weldaden, die de Heere Zijn verder doorgeleid volk schonk; zoek geduriglijk des Heeren aangezicht, opdat u het hart van de geestelijken Bruidegom nemen moogt met een uwer ogen en met een keten van uw hals; tracht telkens weer uw pleitgrond te maken van de beloften u geschonken, en smeek met David:
"Gedenk aan het Woord gesproken tot uw knecht waarop gij mij verwachting hebt gegeven?" Gewisselijk de Heere zal niet achterblijven, en ook uw ziel zal door het geloof eens mogen zeggen: "Ik weet mijn Verlosser leeft".
En toch Petrus ziet nog iets anders, dan op dit uitgaan vanwege de door God in de ziele gelegde hebbelijkheid. Doet de apostel het ons niet gevoelen als hij de nadruk vallen laat op het te meer vastmaken? En zegt ons ook het "daarom" waarmee dit vers aanvangt niet, dat Petrus oogt op de heiligmaking? Dat "daarom" slaat terug op wat u leest in vers 5 tot 7 en vers 8 en 9, de aansporing van de apostel tot heiligmaking.
De zonde rooft onze zielsrust. Waar wij de zonde toegeven, krijgt satans bekamping kracht. In het afsterven van de zonde en het jagen naar heiligheid ligt het vastmaken van roeping en verkiezing. Het leven voor onze ziel ligt alleen in Christus. In Hem is de Fontein des levens en in Zijn licht zien wij het licht. Niets kan Hem ooit vervangen; ook onze bekering niet. Hoe groot de wonderen ook zijn, die de Heere in ons verheerlijkte, bron van leven zijn ze niet. Altijd en altijd weer moeten we van alles afgebracht, opdat uit Christus het leven vloeie, maar nu verhindert het toegeven aan de zonde die gemeenschap te oefenen. En toch hoeveel geven wij de zonde niet toe? Eerst in ons hart, straks in ons huis en verdere omgeving. Het innerlijke leven ontbreekt en de stem der vermaning zwijgt, O, mocht Gods volk eens opwaken, om met ernst de Heere te zoeken, en in het oefenen van het geestelijk leven, bij het sterven aan zonde en wereld, vast te maken roeping en verkiezing, het zou hen niet ledig noch onvruchtbaar laten in de kennis van onze Heere Jezus Christus.
Yerseke, ds. G.H. Kersten.

Hier is de bron te bekijken. Zoals we kunnen zien heb ik de tekst licht hertaald:
https://www.digibron.nl/inkijken/eyJpdi ... FnIjoiIn0=
© -DIA- 33.965 || ©Dianthus »since 03.10.2008«
Gebruikersavatar
Jeremiah
Berichten: 1612
Lid geworden op: 25 mar 2016, 12:43

Re: Gelezen, gedacht, gehoord (overig)

Bericht door Jeremiah »

De wereld maakt zich rijp voor het laatste oordeel. Vlucht tot de ark ter behoudenis. Wat hebben die mensen gelachen om Noach. Een ark ging ie bouwen, en er was geen wolkje aan de lucht. Noach, wat hebben ze hem bespot. Die eerste wereld die in het boze lag. Wat heeft Noach gepreekt. Hij was die prediker der gerechtigheid. Hij zal ongetwijfeld gewezen hebben naar die deur. En op een gegeven moment waren de dieren gehoorzamer dan de mensen, want zij kwamen en de mensen bleven achter. En dan komt de laatste nodiging, en dan gaat de deur dicht. Dan kan het niet meer. Gemeente, zouden we niet vluchten tot die Ark der Behoudenis? We zijn Sodom en Gomorra al lang voorbij. Gemeente, vliedt de toekomende toorn en wordt behouden!

Ds. Hofman
Gebruikersavatar
Arja
Berichten: 2861
Lid geworden op: 30 mei 2019, 15:57
Contacteer:

Re: Gelezen, gedacht, gehoord (overig)

Bericht door Arja »

“Alleenlijk wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus.”
(Filippenzen 1:27)

De manier waarop wij ons kleden, hoe wij glimlachen of fronsen, hoe wij ons gedragen, en de toon en inhoud van onze woorden: elke dag geven wij daarmee signalen af aan de mensen om ons heen over wat voor ons werkelijk van belang is en waar het leven in essentie om draait. Voor christenen behoren zulke signalen in overeenstemming te zijn met het evangelie.

Daarom roept Paulus de Filippenzen op om de afstand te verkleinen tussen hun geloof en hun levenspraktijk - tussen wat zij belijden en wat zij laten zien in hun dagelijks handelen. Die oproep geldt ook vandaag.

Samengevat uit: The Gospel Displayed
https://www.youtube.com/watch?v=67OI0K6xH10
https://www.truthforlife.org/daily/?tab ... 01/07/2026
Gebruikersavatar
Zita
Moderator
Berichten: 11188
Lid geworden op: 11 aug 2007, 13:12

Re: Gelezen, gedacht, gehoord (overig)

Bericht door Zita »

Dit topic is eigenlijk bedoeld voor niet-theologische/niet-meditatieve teksten. Voor de theologische en meditatieve teksten is dit topic geschikt: viewtopic.php?t=13008
Plaats reactie