Ja, het leek me goed om deze 'angel' eerst uit de discussie te halen en de rest van alle denkstappen over te slaan. Daarom kies ik voor het delen van mijn conclusie en heb ik ook 1,5 pagina's aan betoog nog onder de knop (en nog een paar meer in mijn hoofd) die ik niet deel.
Het is ook wat lastig, omdat ik in het geheel de conclusies van MacArthur niet deel, maar mogelijk door mijn aandacht voor de tekst zoals die er staat, ook over mezelf heb afgeroepen dat ik enigszins met hem vereenzelvigd ben. Maar achter mijn bericht 03 jan 2026 11:11 am sta ik nog steeds.
Wat ik interessant vind, en wat goed is om aan te geven, ik denk in 'beelden' dus 'hemelse figuren' en eigenlijk ook 'engelen' versta ik als representatieve figuren van een werkelijkheid die er eigenlijk niet is, maar die we wel als zodanig omschrijven. Jij denkt in reële entiteiten: dus een mens is een mens en een engel niet.
Daarom kan ik me ook heel makkelijk identificeren met de kerk voor Augustinus die hier engelen las. Voor mezelf heb ik nog niet duidelijk hoe en waarom men van 'zonen Gods' tot 'engelen' is gekomen. Want als je nauwkeurig wilt zijn, is dat wel van belang om te weten.
Een ander punt wat ik al wel wil meegeven, is dat ik de verklaring van zonen Gods zoals die door Calvijn en Keil worden meegeven erg lastig vind. Zeker omdat het alternatief (Job 1) voor mij erg makkelijk wordt aangereikt. Volgens Calvijn ben je een zoon van God, omdat je tot erfgenaam van de belofte bent gemaakt. Dat is het Nieuwe Testament. Maar volgens mij wordt die term wel uitsluitend ingezet voor zonen die de erfenis ook daadwerkelijk ontvangen. De zonen in Genesis 6 vergaan in de zondvloed. Dus op het niveau van de exegese heb ik dat niet op één lijn. Theologisch is dat natuurlijk wel op te lossen. Maar exegetisch, hoe kun je als zoon van God het oordeel ter grote van de zondvloed oproepen? Dus de term pas niet in haar context in zoverre we letten op de gevolgen van hun handelen.
Qua uitleg kom je dan ook met een moeilijkheid. Schrift met schrift vergelijken vind bij Calvijn hier dus voornamelijk plaats door het theologisch allemaal onder één noemer te brengen. Maar dan blijf je met vragen zitten.
Mijn persoonlijke drijfveer om hierover in gesprek te gaan, is niet zozeer omdat ik een vernieuwende bijbeluitleg voorsta, maar wel omdat een te globale beoordeling en te directe afwijzing van actuele informatie tot een heel verkeerde houding kan leiden. Calvijn schrijft: 'Het oude verzinsel over de vermenging van Engelen met vrouwen, wordt door zijne ongerijmdheid genoegzaam weerlegd en het is verwonderlijk, dat geleerde mannen oudtijds met zo grove en buitensporige dwaasheden zijn behept geweest'. Op mijn beurt vind ik ook weer wat van dit oordeel. Het is een intrigerende vraag: hoe hebben die wijze en verstandige kerkvaders die keuze gemaakt en waarom hebben zij hun domheid niet ingezien? Het voorlopige antwoord is dat zij een wereldbeeld hadden, waarin dit niet ongerijmd was. Wat zijn daar allemaal de consequenties van, ik weet het niet, maar daar kan je dus ondertussen wel veel van leren. Het leert mij in ieder geval iets over de betrekkelijkheid van het eigen oordeel en dat is nu net iets wat ik bij Calvijn niet tegenkom.