Valcke schreef: ↑03 jan 2026, 11:25
Herman schreef: ↑03 jan 2026, 11:11
De uitdrukking zonen Gods in de rest van de Schrift gaat altijd om hemelse wezens. (o.a. Job 1:6; 2:1; 38:7). (...)
Dat is wel een heel smalle basis om deze term te verklaren, namelijk precies één ander dichterlijk Bijbelboek. Bovendien gaat het daar absoluut niet om demonen.*
De genitief 'Gods' of 'van God' wordt in de Schrift daarentegen op vele plaatsen gebruik voor iets wat uitnemend is. En ook worden mensen 'goden' genoemd in Psalm 82 vanwege hun uitnemende positie. Idem 'zonen van de Allerhoogste' (Ps. 82:6). Idem 'goden' in Ex. 21:6; 22:8, 9, 28. Joh. 10:34.'
(*) In Job 1:6 en 2:1 worden de 'zonen Gods' bovendien onderscheiden van 'satan'. 'satan' wordt dus daar uitdrukkelijk
niet zo genoemd.
Ik zit met verbazing te lezen.
Psalm 82 gaat heel duidelijk niet over mensen, wat mij betreft. Je gewoonlijke zorgvuldigheid lijkt vandaag wat te ontbreken. Alsof het volstrekt evident is dat er uit het huwelijk van ongelovigen en gelovigen reuzen voortkomen.
Ik vind dit geen zorgvuldige bijbeluitleg meer. Die van Calvijn ook niet trouwens. Voor beide standpunten is wat te zeggen, vooral in het licht van het benadrukken van de eenheid van de schrift. Maar doen alsof iemand die de tekst gewoon leest zoals deze zich (zonder extreem rigide verstaanskader althans) aandient, een steekje los heeft, vind ik echt niet netje.
Satan is de aanvoerder van de demonen. Of zijn er naast engelen en demonen volgens jou ook nog andere hemelwezens?
Los daarvan: de uitleg van Sproul past binnen de vrijheid van exegese, maar ik vind deze erg vergezocht. Maar ik kan mij voorstellen dat met een heel sterke nadruk op de éénheid van de Schrift en het buiten beschouwing laten van de hele toenmalige voorstellingswereld, je daar anders over denkt.
Overigens heb je gelijk dat er niet een duidelijk oorzakelijk verband in de tekst te zien is tussen de lengte van mensen en de trouwende godenzonen. Het is meer een tijdsbepaling.