Re: In Christus gedoopt - Dr. W. van Vlastuin
Geplaatst: 26 jan 2026, 17:41
@Maanenschijn, hartelijk bedankt voor deze post. De door u weergegeven citaten werpen een glashelder licht op de uitgangspunten van dr. de V. en dr. van Vl. En die uitgangspunten zijn totaal verschillend.Maanenschijn schreef: ↑26 jan 2026, 09:59 Een bepaalde verontwaardiging maakt zich van mij meester bij het lezen van de recensie van dr. De Vries. Ik vraag mij oprecht af of hij niet te snel is met zijn schrijfsel en het boek nogmaals ter hand moet nemen. Of dat hij een ander boek heeft gelezen dan ik.
Ik noem een aantal voorbeelden:
De Vries:
Wie de boeken leest die Van Vlastuin schreef als student en jong predikant, en die naast zijn jongste boek legt, kan met eigen ogen de grote verschillen ertussen constateren. Van Vlastuin geeft aan dat hij niet meer vanuit de mens denkt de wedergeboren mens, de bekeerde mens of de gelovende mens maar vanuit Gods belofte, die in de doop aan ons is verzegeld. Daarmee zegt God tegen ons dat wij Christus toebehoren en Zijn kind zijn. God staat met ons in een verbonds- en liefdesrelatie en alleen ons ongeloof kan die relatie teniet doen.
Wie het boek van Van Vlastuin leest ziet met eigen ogen dat hij de zaligheid volledig en alleen uit genade door recht door het verzoeningswerk van Christus voluit plaats geeft. Het is mij een volstrekt raadsel hoe De Vries aan een dergelijke reactie komt
De Vries schrijft:
In de gemeente, zoals Van Vlastuin die tekent, lijkt dat niet het geval te zijn of is het hooguit een randmogelijkheid. Het lijkt een gemeente te zijn van louter schapen en enkel wijze maagden, iemand die zichzelf als een dwaze maagd leert kennen, wordt in dit boek niet de weg gewezen. Evenmin leert dit boek ons hoe wij hen de weg moeten wijzen die hetzij in leer hetzij in leven heel duidelijk betonen geen schaap maar een bok te zijn. Daar ligt mijn fundamentele bezwaar. Wat helpt het ons als in middelmatige of bijzaken een helder geluid wort gegeven, maar dat de bazuin geen helder geluid geeft als het komt bij de kern van het Evangelie en dan denk ik aan de noodzaak en inhoud van persoonlijke verzoening met God door Christus’ bloed en wedergeboorte tot een levende hoop door Zijn Geest.
In Hoofdstuk 8 van het boek staan klip en klaar de antwoorden op bovenstaande vraag.
De Vries beschrijft dat hij HC antwoord 84 niet noemt.
Dit is gewoon onjuist: Van Vlastuin: “We vinden deze benadering ook terug in onze Heidelbergse Catechismus: ‘De sacramenten zijn heilige zichtbare waartekenen en zegelen, door God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte van het Evangelie des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt. ’Zo lezen we ook dat God ons de zonde vergeeft, zo dikwijls wij de belofte van het Evangelie met een waar geloof aannemen.”
De Vries:
“We moeten ervan uitgaan, zo lees ik Van Vlastuin, dat wij allen in de kerk en in Christus zijn en zeker nooit anderen er op aanspreken dat dit wel eens niet het geval kon zijn en men – naar te vrezen valt slechts van de kerk is. Zeker is dat wij niet over het hart van anderen mogen oordelen, maar uit leer en leven kan toch al blijken dat iemand de kracht van Gods verbond nog niet kent. Dan zijn we toch geroepen anderen te waarschuwen en in ieder geval moeten wij onszelf onderzoeken. Dan mogen we niet uitsluiten dat dit zelfonderzoek negatief uitvalt. Ik denk hier aan Herman Bavinck (1854-1921) die het in zijn Gereformeerde Dogmatiek zo verwoordde: wel in het verbond maar niet van het verbond. De naam Bavinck kom ik trouwens in In Christus gedoopt nergens tegen. Wie Bavincks voorrede leesst in de heruitgave van de werken van de Schotse predikers Ralph en Ebenezer Erskine vindt daar een heel ander klimaat dan In Christus gedoopt. De zorgen die Bavinck daar verwoordt raken feitelijk ook het geestelijk klimaat dat In Christus gedoopt ademt.”
Van Vlastuin:
“Ik geloof dat het geestelijke leven zich kenmerkt door ernst, diepe ernst. We doorleven de ontzaglijkheid van Gods toorn, en het onuitsprekelijke wonder van Gods genade. Omdat we ons meer en meer bewust worden van de verdorvenheid van ons hart, zijn we bevreesd voor onszelf. De leugenachtigheid van ons hart maakt ons afhankelijk van de Geest Die ons niet in sommige lievelingswaarheden leidt, maar in alle waarheid. Het gaat hierbij om de ‘vreze des Heeren’, het besef van Gods majesteit en heiligheid, dat ons nederig en klein maakt. Het is bovendien het begin van wijsheid.
Hoe zal deze ernst in ons en onze kinderen zijn zonder de juiste boodschap in opvoeding, onderwijs en prediking? Dit vraagt een scherpe hantering van Gods wet waarin onze natuurlijke positie wordt blootgelegd en de schuilhoeken van ons hart worden opengelegd.”
Hij gaat hier in op zelfonderzoek en refereert hierbij ook aan het Avondmaalsformulier (iets wat De Vries blijkbaar niet heeft gelezen): Van Vlastuin: “Ten zesde bracht het voorgaande met zich mee dat zelfonderzoek een voortgaande zaak was. Het avondmaalformulier is daarin ondubbelzinnig. Bij elke avondmaalsbediening moet men bij zichzelf zijn zonden en vervloeking bedenken, een ieder moet zijn eigen hart onderzoeken of hij de zekere belofte van God gelooft en we komen steeds opnieuw voor de vraag naar onze oprechtheid ten opzichte van God en onze medemens te staan.”
De Vries beschrijft dat Van Vlastuin de afval van het geloof niet behandeld. Ook dat is volstrekt onjuist. Van Vlastuin: “Wil dit zeggen dat er afval van de heiligen is, en dat je met de doop niet weet waar je ten diepste aan toe bent met betrekking tot je zaligheid? Moet het doopformulier niet zeggen dat er een mogelijkheid is om het verbond te verbreken en de zaligheid te verliezen?’’ En werkt dit verder uit.
Mij ontbreekt de tijd om de recensie van De Vries te weerleggen met citaten uit het boek, te meer omdat ik dan heel veel moet citeren wat tegen de regels is. Al ben ik dermate verontwaardigd dat ik er wel zin in zou hebben. Maar ik hoop dat Van Vlastuin dat zelf zal gaan doen.
Overigens pas ik er voor op mij in een kamp te laten trekken. Voor de Vries en tegen Van Vlastuin of andersom. Ten eerste ben ik geen theoloog. Ten tweede heb ik voor mij zelf (nog) geen afgeronde visie of standpunt. Ik probeer dicht bij Brakel te blijven, wat overigens betekent dat Brakel dichter bij Van Vlastuin staat dan de doopvisie van veel van onze reformatorische kerken, is mijn bescheiden mening.
Ik denk dat elke theoloog, theoloog in opleiding (@herman @Ad Anker) dit boek zou moeten lezen. Al is het maar door de uitgebreide kennis en studie over de plaats en het ontstaan van het kinder-doopformulier. De theologische conclusies kun je dan zelf wel trekken.