Je schrijft zelf dat je geen hartenkenner bent. Dat geldt dus ook op een classis, en werkt twee kanten op. Wel heb je te maken met de geestelijke vruchten. Als onkerkordelijke besluiten worden genomen, die het gezag van de Schrift raken, als he dat niet anders kan zien dan aantasten van het Woord van God en zonde geen zonde meer is in de praktijk, als de rechtvaardiging van de goddeloze bijna verondersteld wordt in de prediking, als gehoorzaamheid aan een gegeven ja-woord voor Gods aangezicht kennelijk van lagere orde wordt gezien, dan kan er een moment komen dat je de vraag stelt, zoals een afgevaardigde die op de synode stelde: ‘Dienen we nog wel dezelfde Christus?’ Ik weet dat hij dat onder druk heeft moeten terug nemen, maar de praktijk laat voor mij zien dat deze vraag wel legitiem is.MidMid schreef: ↑Vandaag, 10:51Maar denk je even de setting in van een classis met broeders. Als men daar al onomwonden elkaar niet erkent als in Christus aan elkaar gegeven en broeders van eenzelfde huis (en ja, dat wordt ook zo gezegd tegen ambtsdragers die horen bij gemeenten die zich aan de befaamde 'vierslag' houden) is ons probleem veel groter dan afwijkende en ongehoorzame gemeenten. Dat los je niet op met welke herverdeling dan ook. Dat vraagt bekering van een houding waarbij ikzelf tot norm word.
Het is oneigenlijk om van iedere afgevaardigde te eisen dat hij afgevaardigden uit andere gemeenten voluit erkent als broeders in Christus. Je erkent elkaar op grond van het akkoord van kerkelijk samenleven. Maar het feit dat de crisis zo diep is, heeft juist alles te maken met dit uiteengroeien. Daarom ben ik het geheel met je eens dat ons probleem veel groter is dan afwijkende en ongehoorzame gemeenten.