Re: Wezen en welwezen des geloofs
Geplaatst: 17 feb 2026, 09:37
in zijn vragenboekje
Precies..Johann Gottfried Walther schreef: ↑16 feb 2026, 14:45 Opvallend is dat de hoek waar nogal eens gewaarschuwd wordt dat anderen mensen te snel de handen opleggen, ook problemen hebben met de standaard van het geloof volgens de Reformatie.
Zondag 7:
Vraag 21
Wat is een waar geloof?
Antwoord:
Een waar geloof is niet alleen een stellig weten of kennis,
waardoor ik alles voor waarachtig houd,
dat ons God in Zijn Woord geopenbaard heeft,
maar ook een vast vertrouwen,
hetwelk de Heilige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt,
dat niet alleen anderen, maar ook mij
vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid
van God geschonken is,
uit louter genade,
alleen om der verdienste van Christus wil.
Vraag 22
Wat is dan een Christen nodig te geloven?
Antwoord:
Al wat ons in het Evangelie beloofd wordt, a
hetwelk ons de Artikelen van ons algemeen
en ongetwijfeld Christelijk geloof
in een hoofdsom leren.
Dan volgen de 12 Artikelen,
die worden in Zondag 7 al geloofd !
Die worden in de zondagen 8-22 uitgewerkt en behandeld.
Daar komt Zondag 23: waarbij uitgewerkt wordt, het nut van het geloof, op welke wijze de gelovige rechtvaardig is, niet door verdienste maar uit genade door het offer van Jezus Christus. Het geloof van Zondag 7 en 23 is hetzelfde geloof, door Zondag 23 exclusief te maken, krijg je juist een ketterse dwaling die in de Reformatie niet geleerd werd !
Zondag 23
59
Maar wat baat het u nu dat gij dit alles gelooft?
Dat ik in Christus
voor God rechtvaardig ben,
en een erfgenaam des eeuwigen levens. a
60
Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?
Alleen door een waar geloof in Jezus Christus; a
alzo dat, al is het dat mij mijn consciëntie aanklaagt
dat ik tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd
en geen daarvan gehouden heb,
en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben,
nochtans God,
zonder enige verdienste mijnerzijds,
uit louter genade
mij de volkomen genoegdoening,
gerechtigheid en heiligheid van Christus g schenkt en toerekent,
evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan,
ja, als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht,
die Christus voor mij volbracht heeft,
in zoverre ik zulke weldaad met een gelovig hart aanneem.
61
Waarom zegt gij dat gij alleen door het geloof rechtvaardig zijt?
Niet, dat ik vanwege de waardigheid
mijns geloofs Gode aangenaam ben;
maar daarom,
dat alleen de genoegdoening,
gerechtigheid en heiligheid van Christus
mijn gerechtigheid voor God is,
en dat ik die niet anders
dan alleen door het geloof
aannemen en mij toe-eigenen kan.
Het woord 'wezen' hoort hier eigenlijk niet thuis (daarom is het goed dat je schrijft 'daarmee wordt bedoeld'). Het wezen omschrijft wat iets werkelijk is, wat de essentie van iets is, dat wat iets maakt tot wat het is. Dat blijkt ook uit de vraag, de vraag is: wat is een waar geloof? (en dus niet: hoe moet het zijn?)Vrouwke schreef: ↑16 feb 2026, 07:45 Gisteren was bij ons in de kerk zondag 7 van de HC aan de beurt om te overdenken. Ik vond het echt een hele mooie preek op 1 uitzondering na: een verdediging van de visie dat zondag 7 over het wezen van het geloof en zondag 23 over het welwezen van het geloof zou gaan.
Daarmee wordt bedoeld dat in zondag 7 (wezen) het zou gaan over het vermogen wat de HEERE aan een mens geschonken heeft om te kunnen geloven. En in zondag 23 (welwezen) dat dit geschonken geloof daadwerkelijk gelooft.
Wat het nut daarvan is vraag ik me ook altijd af. Zelfs als het zo zou zijn (wat ik beslist niet geloof) dan nog zie ik niet in wat een kerkganger eraan heeft om dat te weten.
Sinds ik Melanchton gelezen heb, en weet dat Ursinus een student van Melanchton was, kan ik de lijn in de catechismus beter plaatsen, maar dat is inderdaad wel een andere dan jij beschrijft. De insteek van de catechismus (bij vraag 1) is troost, dat is niet zozeer troost in de moeilijkheden van het gewone leven, maar dat is troost tegen de verschrikking van de zonde.Vrouwke schreef: ↑Gisteren, 09:12 Als er met de behandeling van de catechismus bij zondag 7 wordt gesproken over het wezen des geloofs, bedoelen ze volgens mij zoiets..
Ze zien de catechismus in eerste instantie als een soort stappenplan van de weg van redding voor een zondaar.
Zondag 1 is het uiteindelijke ideaal. Maar helaas voor de meeste van Gods kinderen nooit meer dan dat.
Eigenlijk begint de beschrijving van de bekeringsweg in zondag 2. Men ziet iets van zijn ellende.
In de volgende zondagen komt het steeds verder met die ontdekking. Totdat er ook voor die ontdekte zondaar uit de catechismus geen hoop meer is. Zelfs aan Gods kant niet meer (zondag 4).
In zondag 5 en 6 groeit er dan een beetje hoop in die ontdekte zondaar.
In zondag 7 wordt hij door de Heilige Geest ingelijfd in Christus. Dat is het wezen des geloofs. Daardoor komt hij in zo’n staat dat hij kan gaan geloven. Hoe dat geloven eruit zou moeten zien staat in zondag 7 maar hij zou dat dus nog niet beoefenen.
Want voordat hij echt rust vindt in God, dat is pas in zondag 23. Dan is hij pas gerechtvaardigd. Dat wordt dan vaak geschilderd als een gevoelige ervaring waardoor hij gelooft.
Melanchton schreef: Deze impuls van het geloof in ons verstand is geen ijdele beschouwing, maar zij worstelt met de verschrikkingen van zonde en dood. Zij vecht met de duivel, die zwakke verstanden op angstaanjagende wijze aanvalt, om ze tot verachting van God of tot wanhoop aan te zetten, zoals: Kaïn, Saul, Judas en ontelbare anderen, die de conclusie trokken dat zij door God verworpen waren, en die God daarom furieus gehaat hebben. Anderen worden atheïsten of Epicureeën als zij Gods woord en de Goddelijke troost verwerpen in grote moeilijkheden. Zij ondersteunen zichzelf niet door het geloof, maar gebroken van geest geven zij zich over aan de duivel, zoals de bozen het uitschreeuwen als dingen hen tegen zijn: zeker zijn er geen goden, aangezien de wereld verwoest wordt door het blinde toeval. Maar diegenen die het Evangelie horen (die weten dat Gods werken zijn om in de hel te leiden, en om daar weer uit te leiden, 1 Sam. 2:6) ondersteunen zichzelf in zulke worstelingen door het geloof. Zij vluchten naar hun Leider: Christus. Zij weten dat Hij de Overwinnaar is, die de kop van de slang verbrijzelt, Gen. 3:15, of, zoals elders gezegd wordt: die de werken van de duivel vernietigt, 1 Joh. 3:8, en die altijd met de Zijnen geweest is, vanaf het begin. Daarom overwinnen zij, geholpen door Gods Zoon, de duivel en verlaten zij God niet.