Mooi stukje. Professor Wisse laat de schijnbare tegenstelling tussen "moeten geloven" en "niet kunnen geloven" staan. Of ook wel: "bevel tot bekering en geloof" maar ook "het is enkel Gods werk en Zijn genade".J.C. Philpot schreef: ↑08 jan 2026, 16:01 Het geciteerde stukje van prof. Wisse is goed stukje. Het is broodnodig om zelfonderzoek te doen.
Voor een ander gevaar (afwachten), heeft prof. Wisse ook weleens wat geschreven:
Sommigen menen (zij zitten er als op te wachten) dat er een schokkende, zeer geweldige, een haast niet-voor-te-stellen gebeurtenis zal plaats vinden; en dat men anders zeker niet van bekering mag spreken. Och vrienden, het kon wel eens gebeuren, dat er zulk een storm, vuur, of onweder niet kwam, en de Heere toch werkte; in het suizen van een zachte stilte was Hij. Ga eens bedaard na, of ook de werkzaamheden der bekering, gelijk we die hier in de brede hebben omschreven, in u bevonden werden; en put daar dan bemoediging uit. Evenwel een mens moet zijn laatste grond niet maken van ervaringen en bevindingen.
Het is hier al eveneens, als met het geloof. Wanneer weet men, dat men geloof bezit, en dat dit ‘geloof’ geloof is? Als men gelooft dat wil zeggen als het geloof werkzaam is, in de daden des geloofs; dan sluit dit meteen de beantwoording van zulke vragen in. Ja, dan zullen daarin al dergelijke vragen worden versmolten. Dan is er geen plaats meer voor, dan is in die daad de ervaring, het kenmerk, de bewustheid, kortom alles; wie gelooft, heeft en bezit. En zo is het hier nu ook. Zou ik wel bekeerd zijn? Is mijn berouw wel echt, wel genoeg? Is mijn liefde zuiver enzovoort? Daarop is toch feitelijk en eigenlijk maar één afdoend antwoord.
Begeef u inderdaad tot God, met zondeschuldbelijdenis, roepend en smekend, niet of u mag weten dat, of wel, of u bekeerd bent, ook zelfs niet alleen, of God u bekeren wil; dit is wel goed op zichzelf; maar nu bedoel ik iets anders; zie, als u wilt te weten komen, of de bekering in u is, dan moet het niet in de eerste plaats zijn een begeerte om dit te weten te komen; o nee, al wist u het nooit met zekerheid; maar dan moet het voor alles zijn, een begeerte, levendig en krachtig, om de daad der bekering zelf te oefenen; ja meer nog, het blijft dan niet bij een zuchten en verlangen, och mocht Gij mij bekeren; maar doe het dan: werp u dan met al uw zieleschuld en nood voor Gods troon en zinkende op Jezus; keer dan uw aangezicht, al ware het bemodderd (Job) van wenen, en van smaad en schande door uw toestand, keer dan dat aangezicht naar Hem toe; grijp dan eens de toegereikte scepter aan, verwerp dan eens al uw gerechtigheden, roep het vonnis over uw lusten en bewegingen des vleses eens uit, reik de scheidbrief uit aan al uw zielboeleerders; zeg dan eens in de daad: Heere, Gij alleen zijt mijn leven; en geef de Heere alzo eens de hand, 2 Kron. 30:8, en kom tot Zijn heiligdom.
Ja, maar dat moet God in ons doen, zegt u. Ja zeker; en daarom moet u het doen. Vraag God, of Hij u dat geheim en wonder eens leren wil. En zolang u dit zegt, ja zegt en anders niets; zolang zult u zich niet bekeren, en als u nu eens tot deze daad komt, op het woord dat God spreekt, dan zegt u dat niet meer op die manier, maar dan zegt u: ‘En dit heeft God gedaan.’
Prof. G. Wisse
Zoiets is voor de mens eigenlijk ook niet te vatten.