Soms maakt iets wat we lezen ons gedachtig. En opdat wij niet vergeten, hier een paar regels uit een artikelenserie uit 1972, die werden geplaatst in De Wachter Sions. Ik neem slechts enkele regels, de laaste, hier over:
Een herinnering aan de oude Hollandse Maagd.
Vermoedelijk zullen de meeste lezers wel eens een afbeelding gezien hebben van een oude Hollandse Statengulden. Daarop staat een vrouwenfiguur. Met haat rechterhand steekt zij in een beschermend gebaar een speer stevig in de grond. Haar linkerhand steunt op een boek. Het opschrift luidt in het Latijn: hanc tuemur, hac nitimur:
„wij beschermen dit, wij steunen op dat."
De volksmond heeft daarvan gemaakt de Hollandse Maagd, steunende op het eeuwige, onveranderlijke Woord van God. Zelf hebben we dat ook jaren lang gedacht. Maar het is niet waar.
Onomstotelijk blijkt dit uit de resolutie van de Staten van Holland van 30 december 1680, waarbij deze gulden werd vastgesteld. Daarin wordt de vrouw op de munt „Pallas" genoemd. Wij hebben hier dus de Griekse godin van de wijsheid met haar speer, de krijgsgodin wier kracht gelegen is in haar schranderheid. Het boek waarop deze heidense godin leunt, kan dan dus ook onmogelijk de Bijbel zijn. Het doet gezien het Pallasbeeld eerder aan een boek van wetenschappen, denken.
Deze gulden dagtekent van 1680. Toen was de schoonste tijd onzer historie reeds voorbijgegaan en begon het verval in kerk en staat al in te treden. Het, als we goed kijken, trotse, zelfgenoegzame vrouwenbeeld is kenmerkend voor de koele deftigheid van de klassiek gevormde heren regenten van toen.
De echte Hollandse Maagd vinden we op de oude Hollandse duit. Daar zien we iets heel anders: een arme maagd, machteloos nederzittend in een tuin, slechts beschermend door een lage omheining. Volslagen weerloos.
Maar zij mag haar vinger opwaarts heffen. Want boven haar straalt de Zonne der Gerechtigheid. En het omschrift luidt:
„Onze hulpe is in den Name des Heeren!"
Die duit werd geslagen in het jaar 1574. In het bangste van de strijd. Toen het water gestegen was tot aan de lippen. Maar daarin lag vast der vaderen betrouwen:
„Onze hulpe is in den Name des Heeren."
Thans leven we vierhonderd* jaar later. De omstandigheden zijn nu geheel anders dan toen. Misschien is de toestand nu nog wel banger dan toen. Kerkelijk, staatkundig, maatschappelijk. Als we het maar opmerken. Neen, thans geen brandstapels, noch moordschavotten. Helser zijn de wapens, die thans gehanteerd worden. Sluwer. En we gaan er in mee, zonder er erg in te hebben.
Geestelijk beleeft ons volk wellicht de donkerste tijd in zijn historie. En wat staat ons nog te wachten? Mocht het ons dan gegeven worden, met onze vaderen van vier eeuwen geleden, van alle eigen kracht af te zien, betuigende met het oude lied uit 1585:
O Heer', Die daar des hemels tente spreidt
en wat op aard is hebt alleen bereid,
het schuimig woelig meer kunt maken stille
en alles doet naar Uwen lieven wille,
wij slaan het oog tot U omhoog.
Die ons in angst en nood
verlossen kunt te aller stond,
ja zelfs ook van de dood.
*Geschreven in 1972, 400 jaar na 1572, waarin de grote opstand van de Nederlanden tegen de Spanjaarden plaatsvond (de Tachtigjarige Oorlog). Dit jaar staat ons bekend als de 'geboorte van Nederland.
Alle artikelen zijn hier na te lezen; ik acht ze nuttig, ja zelfs nodig, voor iedere inwoner van Nederland. Opdat wij niet vergeten.
https://www.digibron.nl/zoeken/bron/De% ... DEN%20WEET