Gedichten

GerefGemeente-lid
Berichten: 6720
Lid geworden op: 14 apr 2021, 23:55
Locatie: Zeeland

Re: Gedichten

Bericht door GerefGemeente-lid »

Bertiel schreef: 30 apr 2024, 23:49 Hartelijk dank
Ik heb nog even enkele woorden aangepast, omdat het anders niet klopte met het aantal lettergrepen, maar de melodie is dezelfde als van 'Uren, dagen, maanden, jaren'.
Gebruikersavatar
Hendrikus
Berichten: 16758
Lid geworden op: 10 apr 2004, 09:37

Re: Gedichten

Bericht door Hendrikus »

GerefGemeente-lid schreef: 30 apr 2024, 23:48
Bertiel schreef: 30 apr 2024, 23:04 Ik lees in een preek van dr van Brunmelen het volgende:
Als de Heere God in allen
En in allen alles is
Zal het licht zijn, eeuwig licht zijn.
Licht uit licht en duisternis.

Iemand die de oorsprong kent?
Gezang 292 - Liedboek voor de Kerken 1973
1. Wegen Gods, hoe duister zijt gij,
maar w' omvleug'len ons het hoofd
voor 't verblindend licht der toekomst,
die 't verrukte hart gelooft!
Blijve 't middel ons verholen,
God maakt ons Zijn doel gewis
door d' onfeilb're profetieën
van Zijn vast getuigenis.


2. Aan de eindpaal van de tijden
ziet ons oog de geest van 't kwaad,
moe geworsteld en ontwapend,
tot geen afval meer in staat.
Als de Heere God in allen,
en in allen alles is,
zal het licht zijn, eeuwig licht zijn,
licht uit licht en duisternis.
De oorsprong is een gedicht van Da Costa. Het lied stond in de Hervormde Bundel van 1938 en in het Liedboek van 1973, zoals GGL al aangaf.
In het Liedboek van 2013 is het niet meer opgenomen. Het taalkleed van Da Costa is inmiddels ook wel erg gedateerd, met uitdrukkingen als "w' omvleug'len ons het hoofd" of "Blijve 't middel ons verholen".
In Weerklank is een hertaling door ds. A.F. Troost opgenomen , lied 226.
Weerklank 226 schreef:1 Zijn Gods wegen donker, duister –
mens, omsluier uw gezicht,
want wat komt is vol van luister,
oogverblindend, louter licht!
Waar, wanneer kan niemand weten,
dat het komen zal, staat vast,
is voorzegd door de profeten:
licht dat wereldwijd verrast.

2 Aan de eindstreep van de tijden,
zien wij hoe het oude kwaad,
moe geworsteld is, ontwapend,
tot geen opstand meer in staat.
Als God alles en in allen,
dag in nacht en duister is,
zal het licht zijn, eeuwig licht zijn,
licht uit licht en duisternis.


tekst I. da Costa; bewerking A.F. Troost
melodie Hernnhu
t
~~Soli Deo Gloria~~
Bertiel
Berichten: 4687
Lid geworden op: 14 sep 2018, 08:49
Locatie: bertiel1306@gmail.com

Re: Gedichten

Bericht door Bertiel »

Bedankt voor de uitleg.
Vind het origineel mooier
Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!
Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
Gebruikersavatar
parsifal
Berichten: 9297
Lid geworden op: 09 jan 2002, 10:15
Locatie: Zuidhorn

Re: Gedichten

Bericht door parsifal »

Een tijdje terug hoorde ik over William McGonagall, een Schotse dichter die vooral bekend werd om zijn totale gebrek aan dichtkwaliteiten. Zijn gedichten zijn zo slecht dat het lachwekkend is en zelfs de gemiddelde sinterklaas zich er voor zou schamen. Het zou haast lachwekkend zijn als zijn gedichten niet vaak over grote rampen gingen zoals Sunderland's Victoria Hall ramp of de Tay Bridge ramp.

Maar goed hier een minder beladen onderwerp op rijm:
Beautiful city of Edinburgh!
Where the tourist can drown his sorrow
By viewing your monuments and statues fine
During the lovely summer-time.
I’m sure it will his spirits cheer
As Sir Walter Scott’s monument he draws near,
That stands in East Prince’s Street
Amongst flowery gardens, fine and neat.

And Edinburgh Castle is magnificent to be seen
With its beautiful walks and trees so green,
Which seems like a fairy dell;
And near by its rocky basement is St Margaret’s Well,
Where the tourist can drink at when he feels dry,
And view the castle from beneath so very high,
Which seems almost towering to the sky.

Then as for Nelson’s monument that stands on Calton Hill,
As the tourist gazes thereon, with wonder his heart does fill
As he thinks on Admiral Nelson who did the Frenchmen kill,
Then, as for Salisbury Crags, they are most beautiful to be seen,
Especially in the month of June, when the grass is green;
There numerous mole-hills can be seen,
And the busy little creatures howking away,
Searching for worms among the clay;
And as the tourist’s eye does wander to and fro
From the south side of Salisbury Crags below,
His bosom with admiration feels all aglow
As he views the beautiful scenery in the valley below;
And if, with an observant eye, the little loch beneath he scans,
He can see the wild ducks about and beautiful white swans.

Then, as for Arthur’s Seat, I’m sure it is a treat
Most worthy to be seen, with its rugged rocks and pastures green,
And the sheep browsing on its sides
To and fro, with slow-paced strides,
And the little lambkins at play
During the livelong summer day,
Beautiful city of Edinburgh! the truth to express,
Your beauties are matchless I must confess,
And which no one dare gainsay,
But that you are the grandest city in Scotland at the present day!
"Then he isn't safe?" said Lucy.
"Safe?" said Mr. Beaver. "Don't you hear what Mrs. Beaver tells you? Who said anything about safe? "Course he isn't safe. But he's good. He's the King, I tell you."
Gebruikersavatar
J.C. Philpot
Berichten: 9016
Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08

Re: Gedichten

Bericht door J.C. Philpot »

Weet iemand of er een Nederlandse versie van het onderstaande gezang is?

Over de dichter:
On June 6, 1882, George Matheson sat alone a day before his sister’s wedding and penned “O Love That Wilt Not Let Me Go.” Though delighted for his sister, the Scottish minister felt sorrow mixed in with joy before the wedding festivities. At age 20, Matheson lost his eyesight, and his fiancé at the time decided that she could not be married to a blind man. His sister had taken him in to care for him, and through her love and support of him, Matheson became an effective preacher and minister of the gospel. His sister learned Greek and Hebrew, and she helped Matheson study the biblical text every day. Some have reported that he knew the biblical text so well – and was such a gifted preacher – that unless you knew he was blind, you would not have suspected such to be the case. Now with his sister to be married, Matheson found himself alone again. It was out of this moment of bittersweetness – even deep despondency – that Matheson wrote such comforting lyrics.


De tekst:

1 O Love that will not let me go,
I rest my weary soul in thee.
I give thee back the life I owe,
that in thine ocean depths its flow
may richer, fuller be.

2 O Light that follows all my way,
I yield my flick’ring torch to thee.
My heart restores its borrowed ray,
that in thy sunshine’s blaze its day
may brighter, fairer be.

3 O Joy that sleekest me through pain,
I cannot close my heart to thee.
I trace the rainbow through the rain,
and feel the promise is not vain,
that morn shall tearless be.

4 O Cross that liftest up my head,
I dare not ask to fly from thee.
I lay in dust, life’s glory dead,
and from the ground there blossoms red,
life that shall endless be.

https://www.youtube.com/watch?v=CvKwzGC ... lastingJoy
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.

George Whitefield
GerefGemeente-lid
Berichten: 6720
Lid geworden op: 14 apr 2021, 23:55
Locatie: Zeeland

Re: Gedichten

Bericht door GerefGemeente-lid »

1. Beveel gerust uw wegen,
al wat u 't harte deert,
der trouwe hoede en zegen
van Hem, die 't al regeert:
Die wolken, lucht en winden
wijst spoor en loop en baan,
Zal ook wel wegen vinden,
waarlangs uw voet kan gaan.

2. Den Heer' moet gij vertrouwen,
begeert gij de uitkomst goed;
Op Hem uw hope bouwen,
zal 't slagen, wat gij doet.
Door uw bekommeringen,
uw klagen in uw pijn,
laat God zich niets ontwringen,
Hij wil gebeden zijn.

3. Uw trouw en Uw genade
o Vader! weet zó goed,
wat nut is of tot schade,
van sterf'lijk vlees en bloed;
en hebt G' iets uitgelezen,
dat werkt G' o sterke Held!
En brengt in stand en wezen,
wat G' U hebt voorgesteld!

7. Schep moed! Zeg aan uw smarte
en zorgen: goede nacht!
Laat varen, wat uw harte
in onrust heeft gebracht!
gij wilt toch niet regeren,
als één, die alles kent;
God staat als Heer' der heren
aan 't hoofd van 't regement.

8. Laat Hem besturen, waken!
't is wijsheid wat Hij doet;
Hij zal zó alles maken,
dat g' u verwond'ren moet,
als Hij, die alle macht heeft,
met wonderbaar beleid,
geheel het werk volbracht heeft,
waarom uw oog thans schreit.

9. Wel kan Zijn hulp vertragen,
en 't schijnt soms in den nacht,
alsof geen licht zal dagen,
alsof geen troost u wacht.
Als ging Hij u begeven;
wel kunnen op uw pad
gevaren u omzweven,
alsof u God vergat.

10. Maar zo uw trouw mag blijken,
zo gij Gods wil betracht,
dan doet Hij d' onspoed wijken,
ligt als gij 't minst verwacht;
Hij zal uw hart bevrijden
van d' opgelegde last,
houdt gij slechts onder 't lijden
aan God en godsvrucht vast.

12. Hoor onze smeekgebeden!
Heer'! red uit allen nood!
Sterk onze wank'le schreden,
en leer ons, tot den dood
op Uwe hoed' en zegen
vertrouwen, vroom van zin;
zo voeren onze wegen,
gewis ten hemel in!
Plaats reactie