Pagina 64 van 64

Re: Boekje ds. Hoogerland

Geplaatst: 16 Sep 2020, 14:04
door Luther
Valcke schreef:Overigens leert Ursinus ook zelf dat het eerste deel van de HC voorbereidend is en niet eigenlijk een deel uitmaakt van de verlossing. Met de uitleg dat zondag 2 reeds in het stuk van de wedergeboorte staat, kom je dus ook direct op gespannen voet met de opstellers van de HC zelf!
In het Schatboek lees ik dit: "Christus spreekt hier in Mattheüs 22 alleen over de leer van de Wet en niet over de beloften van het Evangelie. Dat is duidelijk uit de vraag van de farizeeër, die aan Christus vroeg wat het voornaamste gebod van de Wet was, maar niet wat de voornaamste belofte van het Evangelie was."

Dat is toch iets anders dan je hierboven concludeert, namelijk dat het gaat om een voorbereidend werk. Daarmee zeg je dat voor Ursinus Zondag 2 tot en met 4 of 5 of 6 gaat over een leerling die onwedergeboren is? Ik wil de staf niet breken over wat @Posthoorn naar voren heeft gebracht, namelijk dat aan het woordje 'leert' de complete profetische bediening van Christus wordt opgehangen. Ik heb het liever over de inhoud. Namelijk dat het juist het werk van Christus als Profeet is, om mij diep te leren en te blijven leren dat ik vanuit mezelf de Wet niet houdt. En dat de Wet liefde eist. Zo ben ik geschapen, en dat kan ik niet meer geven: liefde!
De catechismus wil ons namelijk leiden naar de vraag: Wat is uw enige troost ín uw ellende? De volgorde van ellende, verlossing en dankbaarheid is zeker niet willekeurig, maar het is ook geen statische lijn. De leerling die van harte beleden heeft wat in Zondag 1 staat, is dezelfde als de leerling die in Zondag 2 spreekt, en die dat zal blijven zeggen tot zijn laatste snik. Er wordt niet gevraagd: Waaruit heeft u uw ellende leren kennen? Het staat in de tegenwoordige tijd. Dat voortdurende onderwijs dat ons moet uitdrijven naar Christus is onderwijs dat Christus in Zijn profetische bediening geeft en steeds dieper geeft. Zonder Christus leer ik niets van mijn ellende. En dat de Wet in één woord liefde vraagt, leer ik alleen als ik door het werk van de Heilige Geest in de spiegel van Gods wet zie, hoe het er met mij voorstaat enerzijds. Niet om me in wanhoop achter te laten, maar om het Evangelie van Gods genade in Christus voluit te laten schitteren. Het Evangelie wordt namelijk geopenbaard aan goddelozen die van die in de Wet gevraagde liefde helemaal niets terecht brengen, nu niet en nooit.

Het voorbeeld van de rijke jongeling is daarin treffend: Hij wil wat doen om het eeuwige leven te beërven. De rijke jongeling kijkt in de spiegel van de Wet, maar hij doet dat zonder het licht van de Heilige Geest. Dan ziet hij vooral, hoe goed hij bezig is geweest.
Voor de rijke jongeling is de Wet een kwestie van: Doen! Meer niet! En het lijkt alsof de Heere Jezus daarin meegaat. Hij houdt de rijke jongeling de geboden voor: ‘Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen (7), gij zult niet doden (6), gij zult niet stelen (8), gij zult geen vals getuigenis geven (9), eer uw vader en uw moeder (5)… En nog denkt de rijke jongeling dat hij staande kan blijven. Hij zegt: Ik heb het allemaal… gedáán! Eigenlijk zegt hij: Ik heb de Wet volkomen gehouden.
Maar daarmee laat hij zien dat voor hem de Wet een afvinklijstje is: ‘Ik heb me aan alle punten gehouden.’ Hij heeft nooit gezien dat de Heere door al die geboden heen, maar één ding vraagt: Liefde! Volkomen liefde tot God en de naaste. Hij had niet het minste besef dat elke gedachte, die niet uit de liefde tot God voortkomt, ons geheel veroordeelt; dat dus zijn eigen ik en zijn bezit helemaal in het middelpunt staan. En dát gaat de Heere Jezus ontmaskeren.

Met andere woorden: het toestemmen van de wet dat die goed is, leer ik alleen bij het licht van de Heilige Geest en door het onderwijs van Christus. Dat Christus mijn ellende leert kennen met de Wet van Zijn Vader in Zijn hand! De Wet onderwijst mij zonder de Heilige Geest, zonder het profetische werk van Christus helemaal niets. Hooguit zeggen we dan dat we het er nog best goed vanaf brengen. Maar de Geest van Christus leert mij wat mijn ellende is: de God van eeuwige liefde volkomen gehaat, door Zijn liefdesgebod te vertrappen, door Hem van de troon te halen en er zelf op te willen gaan zitten. En het is Christus die de kern van de wet samenvat. Het is een weldaad van Christus als Hij ons in de wedergeboorte ontdekt aan zonde en schuld.
Nergens lees ik in het Schatboek dat Ursinus het ontmaskerende karakter van de Wet buiten het werk van Gods Geest en buiten Christus' profetische ambt stelt.

Re: Boekje ds. Hoogerland

Geplaatst: 16 Sep 2020, 14:21
door Jantje
Juist.

Deze samenvatting hoorde ik pas uitgebreid aan de orde komen tijdens een preek over de laatste zin van vraag 1 en tijdens een preek over vraag 2, die ds. Van Boven hield.

Re: Boekje ds. Hoogerland

Geplaatst: 16 Sep 2020, 14:32
door Valcke
Luther, er liggen een aantal dingen in je post die ik nimmer gezegd heb. Misschien goed om enkele citaten van mijzelf terug te halen:
Valcke schreef:(1) Het onderwijs van de wet is er om ons te brengen tot het Evangelie. Wie dan meent reeds in de wet - zonder het zien op de gekruisigde Christus - zalig of wedergeboren te worden, die dwaalt zeer.
Valcke schreef:(2) Maar wanneer we spreken over de ambten van Christus, dan zijn die onlosmakelijk verbonden met het Evangelie. De bediening des doods kan alleen in oneigenlijke zin daartoe gerekend worden (als een voorbereiding), niet in eigenlijke zin.

(3) Verder heb ik bij voortduring aangegeven dat er een verschil is tussen kennis van zonde uit de wet vóór het geloof, en de kennis van zonde uit de wet die met het geloof gepaard gaat en daarop volgt.

Wanneer je bovenstaande drie zaken uit mijn posts goed beschouwt, dan valt m.i. heel veel van je kritiek op mijn stellingname bij voorbaat al weg, want ik heb simpelweg de dingen niet zo gezegd zoals jij ze interpreteert.

Dat zondag 1 voorafgaat aan zondag 2 is volkomen waar. Maar dat wil niet zeggen dat zondag 2 in zijn vraagstelling en antwoord reeds de kennis van Christus veronderstelt of insluit. Dat is voor een begenadigde wel het geval - en prima om dat voor de begenadigde zo uit te leggen en te lezen - maar het is niet het geval wanneer zondag 2 betrekking heeft op het eerste werk van overtuiging door de wet vóór het geloof. En in zo'n geval mogen we dus ook niet spreken van wedergeboorte, want er is geen leven buiten het leven des geloofs in Christus (Gal. 2:20). Om dit leven te leven, is men aan de wet gestorven en heeft de wet zijn aanvankelijk werk gedaan. En zeker: het werk van de wet houdt in de gelovige niet op; zie het hoofdstuk over de waarachtige bekering. Maar daarover ging de kwestie niet. De kwestie ging over het aanvankelijk werk van overtuiging en ontdekking.

Luther schreef:Het voorbeeld van de rijke jongeling is daarin treffend: Hij wil wat doen om het eeuwige leven te beërven. De rijke jongeling kijkt in de spiegel van de Wet, maar hij doet dat zonder het licht van de Heilige Geest. Dan ziet hij vooral, hoe goed hij bezig is geweest. (...) Hij had niet het minste besef dat elke gedachte, die niet uit de liefde tot God voortkomt, ons geheel veroordeelt; dat dus zijn eigen ik en zijn bezit helemaal in het middelpunt staan. En dát gaat de Heere Jezus ontmaskeren.

Daarmee ben ik het geheel eens, Luther. Maar dan zou Luther - de echte - zeggen: Christus predikt hier de wet en (nog) niet het Evangelie. Laten we in de wet maar geen zaligheid zoeken (en dus ook geen wedergeboorte). De zaligheid is alleen in het Evangelie, door het geloof in Christus.

Re: Boekje ds. Hoogerland

Geplaatst: 16 Sep 2020, 14:45
door Luther
Valcke schreef:Luther, er liggen een aantal dingen in je post die ik nimmer gezegd heb. Misschien goed om enkele citaten van mijzelf terug te halen:
Valcke schreef:Het onderwijs van de wet is er om ons te brengen tot het Evangelie. Wie dan meent reeds in de wet - zonder het zien op de gekruisigde Christus - zalig of wedergeboren te worden, die dwaalt zeer.
Valcke schreef:Maar wanneer we spreken over de ambten van Christus, dan zijn die onlosmakelijk verbonden met het Evangelie. De bediening des doods kan alleen in oneigenlijke zin daartoe gerekend worden (als een voorbereiding), niet in eigenlijke zin.

Verder heb ik bij voortduring aangegeven dat er een verschil is tussen kennis van zonde uit de wet vóór het geloof, en de kennis van zonde uit de wet die met het geloof gepaard gaat.

Wanneer je bovenstaande drie zaken uit mijn posts goed beschouwt, dan valt m.i. heel veel van je kritiek op mijn stellingname bij voorbaat al weg, want ik heb simpelweg de dingen niet zo gezegd zoals jij ze interpreteert.
Zeker heb ik ook deze dingen gelezen, maar je valt @Posthoorn wel van harte bij in haar stelling waarover je hieronder nog het e.e.a. zegt. En daar ben ik op ingegaan.

Valcke schreef:Dat zondag 1 voorafgaat aan zondag 2 is volkomen waar. Maar dat wil niet zeggen dat zondag 2 in zijn vraagstelling en antwoord reeds de kennis van Christus veronderstelt of insluit. Dat is voor een begenadigde wel het geval - en prima om dat voor de begenadigde zo uit te leggen - maar het is niet het geval wanneer zondag 2 betrekking heeft op het eerste werk van overtuiging door de wet vóór het geloof. En in zo'n geval mogen we dus ook niet spreken van wedergeboorte, want er is geen leven buiten het leven des geloofs in Christus (Gal. 2:20). Om dit leven te leven, is men aan de wet gestorven en heeft de wet zijn aanvankelijk werk reeds gedaan. En zeker: het werk van de wet houdt in de gelovige niet op; zie het hoofdstuk over de waarachtige bekering. Maar daarover ging de kwestie niet. De kwestie ging over het aanvankelijk werk van overtuiging en ontdekking.
Het onderscheid dat je maakt tussen het werk van overtuiging vóór en dóór het geloof is een onderscheid dat ik in de Catechismus niet tegenkom. Overtuigende werkingen buiten het leven des geloofs in Christus zijn geen zaligmakende overtuigingen. Het sterven aan de Wet is een werk van de Geest van Christus; het is een weldaad vanuit Christus' verlossingswerk; dat mag je nooit losmaken van de Persoon van Christus. Er worden geen weldaden van Hem geschonken in een onwedergeboren hart. Er is ook geen dodend wetswerk zonder het werk van de Heilige Geest en zonder wedergeboorte. Zie nogmaals het voorbeeld van de rijke jongeling.

Overigens: ik realiseer me nu dat ik dingen uiteenrafel die helemaal bij elkaar horen en die door de begenadigde zelf ook niet onderscheiden kunnen worden. Maar de antwoorden in de catechismus worden gegeven vanuit het perspectief van een gelovige.

(P.S.: ik heb geenszins de bedoeling om je woorden verkeerd te interpreteren; wellicht heb ik nog steeds niet goed begrepen. Maar ik heb wel willen weerleggen dat het in Zondag 2 zou kunnen gaan over mensen die geen genade kennen. Het is een belijden van hen die ook Zondag 1 bij bevinding weten.)

Re: Boekje ds. Hoogerland

Geplaatst: 16 Sep 2020, 15:08
door Valcke
Luther schreef:Het onderscheid dat je maakt tussen het werk van overtuiging vóór en dóór het geloof is een onderscheid dat ik in de Catechismus niet tegenkom. Overtuigende werkingen buiten het leven des geloofs in Christus zijn geen zaligmakende overtuigingen.

Met de laatste zin ben ik het van harte eens. Maar dat is niet de toepassing die velen uit zondag 2 trekken en waartegen ik mij teweer stel.

Verder is inderdaad de rechte belijdenis van de zonde het eigenlijke doel van het overtuigend werk door de wet; maar dit wordt door de wet alléén niet bereikt! De wet staat ten dienste van het Evangelie en in die zin is het ook een werk van de Heilige Geest en van Christus. Daarover zijn we het ook eens.

Waar het echter steeds over ging is of we dit werk van overtuiging zolang dit met het zaligmakend geloof niet gepaard gaat, het stempel mogen geven van het werk van Christus en wedergeboorte. Dáár verzet ik mij tegen. Dat werk van overtuiging bestáát wel degelijk, en het is Gods gewone weg om zondaren eerst te overtuigen en daarná tot Christus te leiden. Het valt m.i. niet te ontkennen dat in de opbouw van de HC mede (of: vooral) hierop gedoeld wordt. Er ligt in de HC wel degelijk een chronologische volgorde als het gaat om het eerste en het tweede deel van de catechismus.

Verder spreekt de HC m.i. wel over tweeërlei soort van kennis van de zonde door de wet:

- Zondag 2 en 3 wordt deze kennis in zijn algemeenheid voorgesteld. Deze wordt niet bevindelijk behandeld, behoudens dat in antwoord 5 en 8 wel een gelovige spreekt die reeds kennis heeft van de weg der zaligheid. Vervolgens wordt gezegd (zondag 4) dat hieruit vloeit dat God de ongehoorzaamheid niet ongestraft laat en dat we daarom een Middelaar nodig hebben (zondag 5). Gezien deze ordening kun je uit zondag 2 zeker nog niet de ware evangelische kennis van de zonde afleiden.

- Daarentegen vinden we de ware, evangelische kennis van zonde WEL beschreven in het tweede en derde deel van de HC, bijvoorbeeld antwoord 56, antwoord 60 en zondag 33. In het eerste deel van de HC gaat het daar niet zozeer over, wat vanzelfsprekend is, omdat het geloof in Christus nog niet is behandeld. Het is onmogelijk dat de belijdenissen die we vinden in antwoord 56, 60 en zondag 33 reeds uitgesproken worden door een persoon die nog niet tot geloof gekomen is. Deze belijdenissen van zonde passen derhalve - gezien de opbouw van de HC - niet in zondag 2.

Re: Boekje ds. Hoogerland

Geplaatst: 16 Sep 2020, 15:55
door Valcke
Nog even wat een van de opstellers van de HC zelf zegt over het eerste stuk van de catechismus:
Ursinus schreef:De kennis van ellende is voor onze troost nodig; niet omdat zij op zichzelf ons troost of een deel van onze troost uitmaakt (op zichzelf verschrikt zij ons immers eer dan dat zij troost), maar:
1. Omdat zij in ons het verlangen naar verlossing opwekt evenals de kennis van de ziekte bij de zieke de begeerte naar het medicijn doet ontstaan. Zolang men immers niet gevoelt dat men ziek is, haalt men geen geneesmeester. (...)
2. Opdat wij Gode voor de verlossing dankbaar zouden zijn. Wij zouden toch grotelijks ondankbaar zijn, indien wij de grootte van het kwaad waaruit we verlost waren, niet kenden. (...)
3. Omdat wij, zo wij de zonde en de ellende niet kennen, ongeschikt zijn om het Evangelie te horen. Want zo er door de prediking der wet, die handelt over de zonde en Gods toorn, geen voorbereiding plaatsheeft tot de prediking over de genade, volgt er een vleselijke gerustheid en ontstaat er een onvaste troost, daar een zekere (vaste) troost met vleselijke gerustheid niet bestaanbaar is.
Hieruit is het duidelijk dat men met de prediking der wet moet beginnen. Zoals wij ook zien dat de apostelen en profeten gedaan hebben, opdat bij de mens de hoop op eigen gerechtigheid terneergeworpen wordt en zij tot de kennis van zichzelf en een waar berouw worden voorbereid.

Ursinus spreekt hier in relatie tot het eerste stuk van de HC van een "voorbereiding" voor de prediking van het Evangelie en de genade, en ook van een "voorbereid" worden tot een waar berouw. Zo zie je dat ook hij het eerste stuk niet alleen beschrijft vanuit het perspectief van een gelovige, maar ook vanuit het perspectief van een persoon die nog tot het geloof gebracht dient te worden (dus chronologisch). En dat laatste noemt hij een "voorbereid worden tot een waar berouw" (nog niet het ware berouw zelf). Ik meld het slechts. Ter overweging.