Meditatie

Gebruikersavatar
Arja
Berichten: 1230
Lid geworden op: 30 Mei 2019, 15:57
Contact:

Re: Meditatie

Berichtdoor Arja » 10 Dec 2019, 15:26

Jantje schreef:
Posthoorn schreef:
Jantje schreef:Klopt het dat hij de grootvader was van Comrie?
De overgrootvader.

https://www.digibron.nl/search/detail/6 ... -woubrugge
Juist ja. Dat zei ds. Meeuse zondag in zijn preek. Ik wist nou niet of ik het goed verstaan had. Maar dat is dan dus wel het geval.



Comries moeder moeder Rachell was de kleindochter van de bekend geworden prediker Andrew Gray, de predikant van de kathedraal te Glasgow. Patrick en Rachell kregen naast Alexander ook een dochter: Joanna.
☆☆ Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden ☆☆

Gebruikersavatar
Arja
Berichten: 1230
Lid geworden op: 30 Mei 2019, 15:57
Contact:

Re: Meditatie

Berichtdoor Arja » 10 Dec 2019, 15:33

Ad Anker schreef:
eilander schreef:Zo'n preek van Andrew Gray... is die nu te moeilijk om in een leesdienst begrepen te worden?
Of zijn we het daarmee inhoudelijk niet eens? Niet bevindelijk genoeg?
Of wordt deze inhoud ook gewoon gevonden in hedendaagse preken...?
Ik hoorde ze vroeger alleen in leesdiensten in elk geval, en ik prijs mij gelukkig dat deze preken bij ons in elk geval nog wél gelezen werden.

Inderdaad. Gray is erg eenvoudig. Het is het gebrek aan bevinding wellicht. Andere terminologie. Bij een deel van onze gezindte worden de muren hoog opgetrokken. En dan vallen onze ouden erbuiten. Helaas.


Voordat ds. P. Blok in Kootwijkerbroek kwam, werden er preken van Andrew Gray voorgelezen tijdens de leesdiensten.
☆☆ Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden ☆☆

Gebruikersavatar
Terri
Berichten: 2375
Lid geworden op: 21 Nov 2009, 21:53

Re: Meditatie

Berichtdoor Terri » 10 Dec 2019, 18:39

Arja schreef:
-DIA- schreef:t Is van Andrew Gray zie ik al.


Je hebt gelijk. Ik dacht dat ik het erbij gezet had. Dom van me. Maar bedankt @Dia.


Toen ze bij ons vroeger preken van Andrew Gray gingen lezen, leek het alsof de hemel openging.

Gebruikersavatar
samanthi
Berichten: 6168
Lid geworden op: 16 Jul 2009, 10:30
Locatie: rotterdam

Re: Meditatie

Berichtdoor samanthi » 10 Dec 2019, 19:45

Terri schreef:
Arja schreef:
-DIA- schreef:t Is van Andrew Gray zie ik al.


Je hebt gelijk. Ik dacht dat ik het erbij gezet had. Dom van me. Maar bedankt @Dia.


Toen ze bij ons vroeger preken van Andrew Gray gingen lezen, leek het alsof de hemel openging.

Ik kan het me voorstellen.
O HEERE, wat is de mens, dat Gij hem kent? Het kind des mensen, dat Gij het acht?

-DIA-
Berichten: 24805
Lid geworden op: 03 Okt 2008, 00:10

Re: Meditatie

Berichtdoor -DIA- » 11 Dec 2019, 14:15

RECTIFICATIE!
Bij correctiewerk kwam een zeer storende fout aan licht, in onderstaand deel van de preek over Job 33:

Oh het zal nog zo’n wonder zijn. En ze wist waar haar schuld lag hoor! ’t Zal zo’n wonder wezen! Er is geen plaats voor God, er is geen voor het wonder, er is geen plaats meer voor de gangen van het leven. En wat is nou de vrucht? Wereldgelijkvormigheid. Gods kinderen, die lopen net zo makkelijk in de wereld als de wereld in de wereld. Consciënties spreken niet meer. Aandacht voor de prediking is er nauwelijks. We zitten op ons horloge te kijken: hoe lang duurt het eigenlijk nog? Terwijl er een volk op aarde is die denken: ik wou dat de kerk nooit meer uit ging. Vind je me hard? Is niet waar hoor. Is niet waar. Het gaat om uw zaligheid.

De vette letters kloppen niet, daar moet staan: Onze kinderen, die lopen net zo makkelijk in de wereld....
Houd rekening met deze fout, want het is zeer storende fout.
Uitgedacht en gepraat.

Gebruikersavatar
Jeremiah
Berichten: 1239
Lid geworden op: 25 Mar 2016, 13:43

Re: Meditatie

Berichtdoor Jeremiah » 11 Dec 2019, 15:27

eilander schreef:Zo'n preek van Andrew Gray... is die nu te moeilijk om in een leesdienst begrepen te worden?
Of zijn we het daarmee inhoudelijk niet eens? Niet bevindelijk genoeg?
Of wordt deze inhoud ook gewoon gevonden in hedendaagse preken...?
Ik hoorde ze vroeger alleen in leesdiensten in elk geval, en ik prijs mij gelukkig dat deze preken bij ons in elk geval nog wél gelezen werden.


Gray is bij de Ger Gem aan de rechterkant al lang verbannen. Veelste gevaarlijk. Stel je voor dat men het verkeert opvat, luistert en opvolgt waartoe deze jonggestorven Godsgezant te oproept..

windorgel
Berichten: 827
Lid geworden op: 19 Jan 2013, 00:40

Re: Meditatie

Berichtdoor windorgel » 11 Dec 2019, 19:41

Ik herinner me uit de OGG verschillende preken van 'Graai', zoals de ouderling het uitsprak.

Gebruikersavatar
Arja
Berichten: 1230
Lid geworden op: 30 Mei 2019, 15:57
Contact:

Re: Meditatie

Berichtdoor Arja » 17 Dec 2019, 10:27

Ik denk aan u… Jeremia 2:2

Voor Christus is het een genoegen om aan Zijn gemeente te denken. Hij ziet haar schoonheid graag. Het gezicht dat wij liefhebben, kunnen wij niet vaak genoeg zien. Zo is het ook met onze Heere Jezus. In het Spreukenboek lezen we: ‘Mijn bron van blijdschap vond Ik bij de mensenkinderen.’ In gedachten zag Hij uit naar het moment waarop Zijn uitverkorenen geboren zouden worden. ‘Zij allen werden in Uw boek beschreven, de dagen dat zij gevormd werden, toen er nog niet één van hen bestond.’ Toen de wereld gefundeerd werd, was Hij er al. Voor Zijn menswording daalde Hij al regelmatig neer op de aarde, gelijkvormig aan een mens. Dit deed Hij op de vlakte van Mamre (Genesis 18), bij de beek Jabbok (Genesis 32), bij de muren van Jericho (Jozua 5) en in de brandende oven van Babylon (Daniël 3) zocht de Mensenzoon Zijn volk op. Omdat Hij een welbehagen in hen had, had Hij geen rust als Hij ver bij hen vandaan was. Zijn hart verlangde naar hen. Zij waren nooit ver van Zijn hart, want Hij had hun namen op Zijn handen geschreven en op Zijn zijde gegraveerd. Zoals de borstlap met de namen van de stammen van Israël het mooiste sieraad van de hogepriester was, zo waren de namen van Christus’ uitverkorenen Zijn dierbaarste juwelen. Zij blonken op Zijn hart. Wij vergeten vaak om de heerlijke eigenschappen van onze Heere te overdenken, maar Hij denkt altijd aan ons. Laten we schuld belijden voor alle momenten in het verleden waarop wij Hem vergaten. Laten we om genade bidden, zodat we van nu af aan altijd met de meest tere liefde aan Hem zullen denken. Heere, schilder op de oogappels van mijn ziel het beeld van Uw Zoon!

Uit: Spurgeon voor iedere morgen
☆☆ Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden ☆☆

Valcke
Berichten: 3173
Lid geworden op: 31 Aug 2018, 17:55

Re: Meditatie

Berichtdoor Valcke » 31 Dec 2019, 15:32

Oudejaarsdag 2019:

“Is dat niet wel een ellendige gestalte des harten, als het hart zeer teer, gedwee, buigzaam, week en meegaand is over de geringe en nietige dingen van deze wereld (gelijk die dingen alle zijn, vergeleken bij de dingen van de toekomende wereld), en dat het ongevoelig, dood, onbeweeglijk, onbuigzaam, bokkig en stug (als een muil) is, voor de grote en gewichtige dingen Gods en van de toekomende wereld? Wat, zullen aardse dingen ons hart bewegen, en hemelse dingen zo weinig op ons hart werken, en kunnen wij nog denken dat ons hart wel is? Kunnen wij nog niet zien dat ons hart niet hemels-, maar aardsgezind is? Zullen de dingen des vleses ons gevoelig bewegen, en zullen de dingen des geestes bijna geen werking op ons hebben (gelijk het zo gaat bijna met ons allen)? En kunnen wij ons nog laten voorstaan dat niet het vlees, maar de geest de overhand in ons heeft? Och, Heere, Heere, dat wij wijs worden, en onze zaligheid al beter leren uitwerken en onze staat voor U, onze God, beter verzekeren.

Voor U, Heere, zijn al mijn begeerten, en Gij kent mijns harten grond. Gij weet het, Heere, als Uw wil zo was, ik koos heel mijn leven lang anders niet te doen dan mijn zonden te betreuren, mijn overtredingen te beklagen en mijn gebreken te bewenen; liever dan alle vreugde te omhelzen, alle gelegenheden van vermaak te genieten, en te hebben al wat mijn hart wil.

Als u gaat opmerken de dingen die overal in de wereld gebeuren, zo bedenk altijd dat de Heere daaronder werkt, die daar weet licht uit duisternis te trekken, en (bedenk) daarom dat de Heere uit het gehele werk, alles samengevoegd, nog iets heerlijks zal voortbrengen. Kwelt u daarom daarin niet te zeer dat er ergens een kwade slag schijnt te komen in uw eigen zaken, of in de zaken van Gods volk in uw tijd (gelijk het nu gaat); want de Heere zou die niet laten geschieden, als Hij die niet wist te gebruiken tot een grondslag, om aan het gehele werk te schoner luister te geven.

Bedenk, dat er niet aan te twijfelen is: Bent u een kind van God dat zichzelf over dit of dat kwelt? Als de Heere de gehele zaak met al zijn gevolgen, gelijk die ten laatste dage zullen staan, wilde openbaren, dan zou u klaar zien dat het zo voor u het beste geweest is, gelijk het nu is. Hoe zult u zich dan niet in hetgeen gij niet ziet, en toch door het geloof weet dat het zo is, tevreden stellen, alsof u al hier het inzicht had, dewijl wij toch hier niet door aanschouwen, maar door geloof moeten wandelen! (2 Kor. 5:8)

Is het niet een ellendige gestalte van het hart, als de mens zo gesteld is, dat, daar hij een kracht van beweging van God ontvangen heeft en ook wel gevoelig bewogen pleegt te zijn over enige dingen die hem in het bijzonder aangaan, hij geen bekommering, zorg of beweging heeft over Gods volk en Kerk; terwijl nochtans de Heere daarover alleen als bewogen is, en alle dingen als niets acht in vergelijking daarmee (Ex. 19:5, Deut. 13:14, 15, Ps. 77:1). Voorwaar, het is droevig als het redelijke schepsel zo verschillend van gevoelen is ten opzichte van zijn Schepper. Heere, doe mij hierin een heilige evenredigheid volgen, en, gelijk ik over mijn eigen dingen bewogen kan wezen, dat ik het zo ook zij over Uw dingen en over de zwarigheden van Uw Kerk!

Och, Heere, als U de middelen wilt zegenen, dan zijn de minste, tot aan het spreken van een ezel (Num. 22:28), tot aan het kraaien van een haan (Matth. 26:75), genoeg om grote dingen uit te werken. Tot een opslag van een oog (niet alleen van Christus, Luk. 22:61), maar van een gewoon mens, is genoeg om iets goeds uit te werken. Dan, Heere, dit merk ik, als men gezocht heeft zijn hart te bewerken door de beste geestelijke middelen, dan is het soms zo ver gebracht dat een klein stootje het dan voorts over de dam helpt; hetwelk wel dient bedacht te worden, opdat wij niet de gewone en kostelijkste middelen verzuimen, denkende: die geringe middelen doen het toch even goed en beter, wat niet zo is. Het oog van Christus was voorgegaan, en dát, méér dan het hanengekraai, werkte de zaak uit, en bracht Petrus tot berouw en tranen.

Och, Heere, hoe groot is Uw genade tot nu toe over mij geweest. Ik heb nu zoveel jaren dat ik geleefd heb, de middelen der zaligheid genoten. Want, geboren zijnde onder de christenen, ben ik van de baarmoeder af op U geworpen (Ps. 22:11); de gebeden der heiligen zijn over mij gegaan, zo haast als ik geboren ben geworden; Uw Naam is over mij aangeroepen geworden, al van toen af. En Heere, onder dat alles, hoe weinig ben ik nog in kennis en in genade toegenomen! Och, Heere, doe mij toch voortaan mijn tijd beter uitkopen, de aangename tijd, de dag der zaligheid beter waarnemen, Uw bewegingen over mij beter aanleggen, en mijn zaligheid met vreze en beven beter uitwerken, opdat ik hiernamaals zonder alle vreze, in heerlijkheid en onuitsprekelijke vreugde, eeuwig met U leven moge! Amen!”

Willem Teellinck, Tijdwinning 1629 (meditatie 31 januari)

-DIA-
Berichten: 24805
Lid geworden op: 03 Okt 2008, 00:10

Re: Meditatie

Berichtdoor -DIA- » 31 Dec 2019, 20:43

TER OVERDENKING:

OUDJAAR
Een ernstige waarschuwing

"En het einde aller dingen is nabij".
1 Petrus 4 : 7a.

Hoewel het altijd noodzakelijk is om bepaald te worden bij de ernst en de kortheid van het leven, is dit op oudejaarsavond zeker noodzakelijk. Een plicht tegenover elkander, die dringt om in alle getrouwheid daarop te wijzen. Getrouw aan zijn Goddelijke opdracht heeft de apostel Petrus de vreemdelingen in de verstrooide gemeenten dit ook gedaan. Het voorbeeld van zijn Grote Meester volgend, die ook getrouw aan 's Vaders opdracht de schare in Israël opriep tot zielsonderzoek op weg naar de eeuwigheid. Petrus roept het de gemeente toe: Het einde is nabij. Het einde van alle dingen: Waarop dit ziet? Het ziet op het laatste tijdperk van de Wereldgeschiedenis. Het ziet uit naar de laatste trap van Christus' verhoging.
Want na de trappen van Christus' vernedering, welke zijn: Zijn nederige geboorte. Zijn lijden. Zijn sterven. Zijn begrafenis. Zijn nederdaling ter hel, volgden de trappen van Christus' verhoging.
Immers triomfantelijk is Hij opgestaan van de doden. In volle heerlijkheid is Hij opgevaren ten hemel en nu triomfeert Hij aan 's Vaders rechterhand. Nog één zaak wacht. Zijn wederkomst ten oordeel, om te oordelen de levenden en de doden. Naar die hoogste trap van Christus' heerlijkheid zag de kerk van de oude
dag al uit en zij zongen:
Hij komt, Hij komt om d ‘aard te richten
De wereld in gerechtigheid
Al 't volk, daar ''t wreed geweld moet zwichten.
Wordt in rechtmatigheid geleid.


Vóór dat dit komt, en dat is de waarschuwing van Petrus tot ons gericht, moeten we ons onderzoeken wat dat voor ons betekent. Er is ons immers nog een tijd gelaten, hoewel die nabij is. Hoelang? Hoe kort? Het is voor ons verborgen. Van die ure weet niemand, dan de Vader alleen.

Maar dat het nabij is, is duidelijk als een leesbare brief. Elk jaar is het te zien op de akkers, alles staat in het teken van de voltooiing. U hebt het gezien: er is gezaaid, er was wasdom, er is gemaaid, toen was het einde er. Het is te zien in het wereldgebeuren, welke tijdstekenen in de Schrift zijn terug te vinden. De oorlogen, de geruchten van oorlogen, het rumoer der volken leert ons: het einde is nabij.
Het einde aller dingen, schrijft Petrus. Dat ziet ook op de genade-bedeling die de Heere aan een tijdsbepaling verbonden heeft. In die genadebedeling is ons de tijd bepaald, die is van de wieg tot ons einde. In die tijd moeten wij een God voor ons hart en een borg voor onze schuld leren kennen, dat de Heilige Geest soeverein werkt. Als straks de klok twaalf uur slaat is weer een jaar van die tijd om. Een jaar dat heenvloog, hetwelk wij doorbrachten als een gedachte. Immers:
Uren, dagen, maanden jaren,
vliegen als een schaduw heen.


Het einde aller dingen, ook van de genadebedeling komt. Dan wordt de kandelaar gedoofd. Dan zullen Gods getrouwe knechten niet meer afmanen van de zonde, niet meer de rijkdom van vrije genade prediken, niet meer wijzen op dat al-betalend, reinigend en verzoenend bloed van Christus. Dan is de deur voorgoed op het nachtslot. Schikt U, o Israël, om uw God te ontmoeten.
Het einde is nabij. Dat kan zo plotseling, zo onverwacht zijn.
Toen bij de rijke man er de ogen voor open gingen was het te laat. Hij had bij de tijd geleefd, en niet bij het einde. Hoe gelukkig als wij met David mogen vragen: Heere, maak mij bekend, mijn einde en welke de maat mijner dagen zij.
Zie eens in het jaar dat voorbij ging. Hoe plotseling voor velen van onze dierbare betrekkingen was er het einde. Wat een smartelijke wonden. wat een lege plaatsen om ons heen getuigen van de ernst van ons korte leven. Het einde aller dingen is nabij . Hoe is dat voor velen van Gods kinderen een wonder geworden.
Toen ze op hun einde gingen merken, en de Heere nog geen voleinding gemaakt had. Nog een plaats op de aarde, hoe nabij is het toen geworden. Getuchtigd door Gods wet aan het einde van hun werken hebben zij geleerd: Het einde der wet is Christus een iegelijk die gelooft.

Petrus' waarschuwing, het einde is nabij, is voor hen het einde van alle zonde, van alle strijd, van alle vijanden en van het eigen dwaze ik. Dan is dat einde, het begin van een tijdperk waar geen jaren meer komen en gaan.
Maar een tijdperk van een eeuwig zijn in de gemeenschap met Hem. Die hen in de tijd te sterk werd, in de tijd inplantte in Christus, in de tijd van de zonde vrijsprak, in de tijd overzette in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn welbehagen en deed beleven!

Ps. 102 : 15.
Als een kleed zal ''t al verouden,
Niets kan hier zijn stand behouden.
Wat uit stof is neemt een end.
Door de tijd die alles schendt.
Maar Gij hebt, o Opperwezen.
Nooit verandering te vrezen.
Gij, die de eeuwen acht als uren.
Zult all'' eeuwigheid verduren.
Uitgedacht en gepraat.

Gebruikersavatar
Posthoorn
Berichten: 3774
Lid geworden op: 04 Dec 2008, 12:22

Re: Meditatie

Berichtdoor Posthoorn » 01 Jan 2020, 21:13

Bron?

-DIA-
Berichten: 24805
Lid geworden op: 03 Okt 2008, 00:10

Re: Meditatie

Berichtdoor -DIA- » 01 Jan 2020, 21:56

Posthoorn schreef:Bron?

Sorry, ik zie nu ook dat ik dat vergeten ben. De meditatie is na te lezen via Digibron, en nader uit DE SAAMBINDER, geschreven door ds. P. Blok.

Mijn excuses!
Uitgedacht en gepraat.

-DIA-
Berichten: 24805
Lid geworden op: 03 Okt 2008, 00:10

Re: Meditatie

Berichtdoor -DIA- » 25 Jan 2020, 02:51

Vanavond was ik, zoals ik vaker doe, wat oude artikelen aan het lezen via digibron.
In het jaar 1951, ik was toen zelf nog niet geboren, was er ook onrust in de Gereformeerde Gemeenten. Ik had nooit van deze zaak gehoord, maar kwam het zo vanavond 'bij geval' tegen. Ik geloof dat de toestand van 1951 er niet beter op is geworden, als we dit zo lezen.
Hier waarschuwt ds. L. Rijksen tegen een brochure van een ex-GG-lid, dat blijkbaar toen nogal wat stof deed opwaaien. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze besproken zaken en waarschuwingen nu in deze wel dubbel het bestuderen waard zijn.Ik heb de twee artikelen doe ds.L. Rijksen in 1951 schreef hier als een artikel genomen, en hoewel het niet weinig is te lezen wel zeker de moeite waard om het ook als meditatie te lezen.

CITAAT "DE SAAMBINDER" FEBRUARI/MAART 1951

Gevaarlijke eenzijdigheid
Van verschillende zijden is al meermalen gevraagd in „De Saambinder" toch eens onze gedachte kenbaar te maken óver de brochure „Is het waar en noodzakelijk" door M. G. Snel te Veenendaal. Nu, hoewel het mij ten diepste bedroeft zulk een misleidend geschrift te moeten lezen van iemand, die onder onze gemeenten zovele jaren heeft geleefd, wil ik me toch daaraan niet geheel onttrekken en in het algemeen iets zeggen. Tot een dergelijke openbaring als in deze brochure te vinden is, komt men nu wanneer men de beproefde leer onzer Godzalige vaderen loslaat, om met de eigen visie, die men meent op de zaken te hebben, tot de geschriften onze oudvaders te gaan en deze te gebruiken of liever te misbruiken om zijn vermeende leerstellingen te handhaven. Nooit hebben onze Godzalige vaderen, noch de nu reeds afgeloste leraren van onze gemeenten, van wie er ook sommigen worden genoemd, zulk een zielsmisleidende en eenzijdige verbondsbeschouwing geleerd. Hoe ruim ze enerzijds ook konden zijn in het aanbod van genade, toch hebben ze anderzijds altijd eerst de grond gelegd en afgekapt en weggeslagen wat de mens vanuit zichzelf of door zichzelf nog als enige waarde voor God zou willen doen gelden. Hoe wijzen die vaderen telkens op de diepe ellendestaat waar de mens van nature zich in bevindt en de noodzakelijkheid van de wederbarende genade Gods, om van dood levend gemaakt, het eeuwig heil tot zaligheid in Christus te kunnen ontvangen. Dat ze daarbij ruim in het aanbod van genade waren, wijzende op de belofte Gods voor gans verlorenen, daarin hebben ze getracht hun grote Meester te volgen. Die, toen Hij op aarde was, bij al de welmenende nodigingen voortdurend wees op de noodzakelijkheid van de bearbeiding des Heeren daartoe, zeggende: „Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke" en „Een iegelijk dan die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij", Joh. 6 : 44 en 45. De Heere Jezus verzweeg in Zijn prediking niet dat de mens in een schuldige onmacht en in een Gode vijandige onwil nooit naar God vraagt, tenzij de Heere Zelf er aan te pas komt. Ook gaat het toch in de openbaring van het Evangelie niet in de eerste plaats om de mens, doch om de ere Gods, die God beoogt in al Zijn werken en uit zal stralen zowel in de zaligheid van al Zijn volk als in de verdelging van alle goddelozen. Zijn Woord zal zijn een reuke des levens ten leven, of een reuke des doods ten dode.
In deze brochure wordt angstvallig verzwegen of op de achtergrond gedrongen wat voorop moet staan, temeer nog wanneer maar steeds over de aanbieding der genade en de beloften des Evangelies gehandeld wordt. Steeds wordt de eis des geloofs op de voorgrond gesteld. Doch door zulk een eenzijdige voorstelling en telkens maar van de belofte en de eis van het geloof daarin zonder meer te handelen, wordt de mens in zijn zelfstandigheid gehandhaafd (terwijl hij toch van nature een kind Adams is), en komt er een zoeken van een leven bij een leven, terwijl we, zal het wel zijn, ons leven zullen moeten verliezen om „het" leven te gewinnen. Zulk een leer wilden de Farizeeërs ook wel. De Farizeeërs leefden ook in de hope der zaligheid, ook zij grepen vele beloften betreffende de komende Christus aan, doch de ware Messias, Die gekomen was niet om gelovigen doch zondaren zalig te maken en zich daartoe in de dood te vernederen, verwierpen ze, zeggende „weg met Hem".
Voortdurend wordt gesproken over „gelovig en biddend dit of dat doen" en alzo over de eis des geloofs, zonder meer. Maar aan geloven gaat toch de inplanting des geloofs vooraf! En het geloof als plante Gods is een gave Gods, Ef. 2 : 8. Het geloof is niet aller, maar de uitverkorenen Gods, Titus 1: 1. Het is het geloof der werking Gods, Col. 2 : 12.
Al dat geloof waar men in onze dagen zoveel over bazelt en wat men elkander opdringt zonder dat eerst plaats gemaakt is, is niet anders dan een historisch geloof of het algemeen geloof, dat elk mens heeft en waarmede we vertrouwen stellen in elkanders woorden en waardoor we wat men ons zo betreffende gewone zaken vertelt aannemen, doch dat niets te maken heeft met het zaligmakend geloof, dat God door wederbarende genade in het hart van Zijn volk inplant en levend houdt. Hoe noodzakelijk is het dat een duidelijke separatie gemaakt wordt en het schijn van het zijn onderscheiden wordt. Er zullen wat mensen met een algemene verlichting en een eigen gemaakt geloof in een eeuwige smart verzinken. De dwaze maagden geloofden ook in de belofte dat de bruidegom zou komen en gingen ook uit en wachtten ook uren en nog eens uren, doch toen de bruidegom kwam misten ze alles wat noodzakelijk is en met heel hun hoop en geloof bleven ze buiten, „daar de deur werd gesloten". Zie eens hoe dicht het er bij kan komen, dat er slechts een deurdikte afstand was tussen die binnen en die buiten bleven. Lees eens Paulus na in Hebreen 6 : 4-6, hoever het zelfs gaan kan en toch nog voor eeuwig verloren uit te komen. Alles wat we ons zelf aanmeten en waar we ons zelf mede kleden, zal ons voor God niet kunnen doen bestaan. Toen de koning zijn maaltijd bereid had was er ook een man, die meende wel zo goed gekleed te zijn, dat Hij het kleed des Konings wel missen kon en de kleedkamer niet meende door te behoeven, doch hij werd door de koning wel ontdekt en uitgeworpen in de buitenste duisternis, Matth. 22 : 11-13. Menigmaal geeft God dezulken aan hun dwaasheid in het oordeel der verharding over. Vandaar dat ge meestal de grootste tegenstand en vijandschap bij hen ontwaren moet, wanneer ge onderzoek instelt naar de gronden des geloofs. Zo veelbetekenend lezen we, wanneer God Achab tenslotte overgeeft aan zijn vrede en welvaart zoeken buiten de ware vrede van de genade Gods, „Wie zal Achab overreden", enz. Opmerkelijk staat er dan dat een geest zegt: „Ik zal hem overreden. ... Ik zal uitgaan en een leugengeest zijn in de mond van al zijn profeten", waarop de Heere weer zegt: „Gij zult overreden en zult ook vermogen, ga uit en doe alzo." En zie nu, terwijl Micha zo ernstig waarschuwt en hem verzekert dat hij, wanneer hij voortgaat, zeker de dood sterven zal, hij zich toch niet laat gezeggen, maar voortgaat en valt, 2 Kronieken 18 : 18-34.
Wanneer onze vaderen, die in deze brochure genoemd worden, er waarlijk zo over gedacht hadden als de schrijver wil doen voorkomen, hadden ze zulk een bange strijd tegen de Remonstranten niet behoeven te strijden, daar deze ook maar van geloven spraken en zij zich dan wel een heel eind met hen te dezen opzichte hadden kunnen verenigen. Door zulk een eenzijdige behandeling komt men gedwongen of vrijwillig noodwendig al meer in de richting van het semi-Pelagianisme (helpende genade). Ik ben er van overtuigd dat wanneer onze Godzalige vaderen wisten dat zulk een misbruik van hun geschriften gemaakt zou worden, ze zich in heilige toorn zouden verheffen, temeer waar de ere Gods in de verheerlijking Zijner deugden, zoals blijkt uit de geschriften van zovelen, hun lief was. De ere Gods toch is de zaligheid van de kerk. Och hadden we door genade daar maar meer van om aan de zijde Gods te mogen vallen, opdat in de weg van afsnijding van ons eigen leven het leven van Christus in ons geopenbaard en verheerlijkt zich in God deed verlustigen. Een enkel woord willen we volgende keer , D.V. hier nog aan wijden
Hoe duidelijk blijkt toch weer telkens dat een mens van nature een vijand is van de ontdekking zijner ellendestaat. Wij willen er niet aan dat we in ons verbondshoofd Adam, onbekwaam geworden zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Alom wordt het geroep vernomen: spreek ons van zachte dingen. Vandaar dat het eenzijdig wijzen op de eis des geloofs, zonder meer, gaarne wordt verdedigd en ook veel meer naar de mens is, dan het voortdurend gewezen worden op de noodzakelijkheid der wedergeboorte, welke aan het geloof vooraf zal moeten gaan. Temeer heeft dit betekenis, wijl de wedergeboorte spreekt van een werk Gods, waarbij alle werk des mensen als grond, geheel wegvalt, en de Heere met Zijn souvereine genade er aan te pas zal moeten komen zal het wel met ons zijn.
Doch zo mogen we anderzijds toch ook wel vragen: hoe kan er een waar geloven in Christus en in de beloften zijn, vóórdat een ziel met God te doen gekregen heeft. Wij hebben in Adam niet tegen Jezus, doch wel tegen God gezondigd. Waar gaat het in ons leven om? Daarbij de belofte op zichzelf genomen, kan ons toch het leven niet geven? Och wij zijn wat een rustzoekers, en grijpen wat aan, want we moeten toch wat hebben? Er zijn wat steunsels waarop we ons verlaten, en wij hebben wat afgoden waarop wij ons vertrouwen stellen. Toen Micha zijn zelfgemaakte goden en priester zich zag ontnomen, zeide hij: „Wat heb ik nu meer? " Richt. 18:24. Hoe nodig is het al onze steunsels eens te leren verliezen en in te leven de noodzakelijkheid om met God verzoend te moeten worden. Gods recht moet in ons verheerlijkt worden. Dat recht vonnist ons, en besluit ons onder het oordeel des doods. Degenen die zo lichtvaardig over geloof in Jezus spreken, mogen zich wel eens afvragen of zij de schuldbrief ooit wel eens hebben thuisgekregen. Voor degenen die het waarlijk om God te doen geworden is, wordt het juist zo troostvol dat de staten van Christus, zowel van Zijn vernedering als van Zijn verhoging, zich verhouden tot het recht, en hun wordt dan ook zulk een Middelaar dierbaar, gepast profijtelijk en noodzakelijk. Dezulken willen geen kussens onder de okselen der armen genaaid hebben, maar leren verstaan de noodzakelijkheid, doch ook de bate van de Goddelijke ontsluiting en toepassing.
De openstaande schuld die de Heere in ''t Goddelijk recht doel kennen, kan niet weggenomen worden door het zichzelf toeëigenen van een belofte, zonder dat de Heere die eerst kracht doet hebben en toepast aan het hart. Hoeveel te meer mag dit wel bedacht worden door degene in wiens hart nog nooit plaats voor de beloften is gemaakt. Nodig is vooral in onze dagen een open oog te hebben voor de gevaren van het opdringen van geloof in de beloften, terwijl de ware kennis der ellende nog gans ontbreekt. Zeer velen worden meegevoerd met de stroom van de geest des tijds, wijl men met het Evangelie i.p.v. met de wet begint Ook Barth, Brunner, en Niebuhr bezien alles vanuit Christus. Zij beginnen niet met Genesis, doch bij Johannis I (Het Woord). Volgens hen is het de fout van de oude theologen geweest, om bij Genesis te beginnen, vanuit de Schepping en de val. Deze mensen zijn dus wijzer dan God, want de Heere gaat de openbaringsgang van Genesis naar Johannis I, en niet omgekeerd. Vanuit de diepte der ellende door de val en bondsbreuk, voert de Heere Zijn volk door bearbeiding des H. Geestes, naar de „volheid des tijds". Dat geschiedt zowel voorwerpelijk in de openbaring Gods, als onderwerpelijk in het hart .Vóórdat het Evangelie in de moederbelofte aan Adam werd bekend gemaakt, bepaalde de Heere hem eerst bij zijn overtreding van de wet, welke God bij de schepping reeds in zijn hart had ingeschapen. Hoe kan er ook plaats zijn voor het Evangelie, zonder kermis der wet, daar dit de blijde boodschap is voor de overtreders der wet. De wet toch is Ie kenbron der ellende 2e de tuchtmeester tot Christus niet naar Christus, daar de wet Christus niet ontdekt, maar aan het einde brengt der wet, en alzo plaats maakt voor Christus. Christus is ook niet ''t begin, doch het einde der wet, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft. Rom. 10:4. Hoe kostelijk is dan ook de volgorde van de Catechismus die een troostboek wordt genaamd, sprekende van ellende verlossing en dankbaarheid. Ook zegt Paulus duidelijk dat de kennis der zonde is: .. . (niet uit het geloof), doch door de wet. Rom. 3:20. Wanneer dan ook in die brochure telkens gesproken wordt van de nieuwe leer in de Ger. Gemeenten, dan mag dat met recht veel eerder gezegd worden van de beschouwingen van de schrijver dezer brochure, die noodwendig een drie verbondenleer voorstaan moet. Door een felle strijd te openen over de aanbieding der genade en vereenzelviging daarvan met de belofte en aandrang van geloof daarin, zonder noodzakelijke separatie en onderscheiding, krijgt ge een zeer gevaarlijke eenzijdigheid en krenking van het wezen der beloften. Daarbij moet wel bedacht worden, dat de Heere Zijn beloften ontsluit en toepast naar Zijn aanbiddelijke Souvereiniteit. Die souvereiniteit waarnaar God zich in gans verloren zondaren verheerlijkt, is niet ondergeschikt aan, maar staat wel boven de aanbieding der genade. Daarom is nodig dat de God der beloften door Zijn Geest plaats maakt in ons hart, en zichzelf in ons verheerlijkt. Hoe noodzakelijk is het dan ook wanneer over het welmenende aanbod van genade, waarmede de Heere komt tot elk die onder het Woord leeft, gehandeld wordt, en daarbij op de dierbare beloften des Verbonds gewezen wordt, dat een duidelijke onderscheiding wordt gemaakt, alsook de nadruk gelegd op wat tot onderwerpelijke toepassing daarvan geleerd zal moeten worden, zal er plaats zijn voor de volzalige beoefening daarvan. Wordt dit echter achterwege gelaten, dan is onze voorstelling misleidend en gaan we hand in hand met de geest van onze tijd, die maar spreekt van aannemen en geloven.
En laat men nu niet trachten onze vaderen ook voor dit karretje te spannen daar deze juist zo onderscheidend spraken, al is het dat men soms zeer gemakkelijk enkele stukken uit hun geschriften lichten kan, die men dan meent als bewijs tot bekrachtiging van het gestelde te kunnen aanvoeren.
Dat hetgeen door mij hierover geschreven werd, geen verdachtmaking is, doch op de feiten berust, willen wij nog D.V. een volgend keer met enkele uitspraken van diezelfde vaderen die in de brochure genoemd worden, tonen, al is het dat wij geen lust hebben dit uitvoerig te doen, toch willen wij dit niet geheel achterwege laten. Niet genoeg kunnen vwj u raden: lees en herlees onze vaderen. Niet gedeeltelijk, maar geheel. Paulus noemde die van Berea edeler dan die van Thessalonica, omdat ze dagelijks onderzochten of die dingen alzo waren.

BRON: wijlen Ds. L. Rijksen, De Saambinder 1951, eerste twee artikelen uit een serie van zes over deze zaak
Uitgedacht en gepraat.

Gebruikersavatar
J.C. Philpot
Berichten: 4530
Lid geworden op: 22 Dec 2006, 16:08
Locatie: Het Mesech der ellende

Re: Meditatie

Berichtdoor J.C. Philpot » 25 Jan 2020, 08:30

Hier de brochure waar ds Rijksen het over heeft:
http://dsrkok.nl/website/docs/waarennoodzakelijk.pdf

Ik denk dat we zowel de nadruk van de brochure alswel de nadruk van ds Rijksen nodig hebben, en dat deze samengevoegd een evenwichtige prediking vormen.
Man is nothing; he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him.
George Whitefield

Susan
Berichten: 314
Lid geworden op: 18 Sep 2019, 19:19

Re: Meditatie

Berichtdoor Susan » 31 Jan 2020, 13:14

Lukas 23:34a.

„En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.

Zelfs degenen wier goddeloze handen Christus hadden gekruisigd, konden vergeving verkrijgen door het bloed dat zij hadden vergoten. Het is een genadig ontslag van de schuld der zonde.

Vergeving kan alleen daar geschonken worden waar schuld is. Schuld is een verplichting tot straf. Vergeving is een ontheffing van die verplichting. Schuld is de keten waarmee zondaren door de wet zijn gebonden. Vergeving neemt de ketenen af en stelt den zondaar in vrijheid. „Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is” (Romeinen 8:33).

Vergeving betekent kwijtschelding aan een gelovig, boetvaardig zondaar. Ongeloof en verstoktheid zijn niet alleen zonden in zichzelf, maar zij hechten ook alle andere zonden vast op de ziel. Maar: „Van alles, waarvan gij niet kondet gerechtvaardigd worden door de wet van Mozes, door Deze een iegelijk die gelooft, gerechtvaardigd wordt” (Handelingen 13:39). „Betert u dan en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden” (Handelingen 3:19).

Dit is de wijze waarop God vergeving schenkt aan zondaren. De zonde wordt ons om Christus’ wil kwijtgescholden. Hij is de verdienende oorzaak van de vergeving. „God in Christus heeft ulieden vergeven” (Efeze 4:32). Het is alleen Zijn bloed dat de kwijtschelding heeft verworven. Dit is in het kort de natuur van vergeving.

John Flavel, predikant te Dartmouth
Inactief :lock


Terug naar “Theologie - Bezinning”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast